January 23, 2021

75. Waterkwaliteitsbepaling in de 'Alde Feanen'

aan de hand van de macrofauna tijdens het hemelvaartskamp van de NJN in mei 1994

INHOUD

  1. Ontstaan......................................................................................... 2
  2. Planten............................................................................................ 2
  3. Vogels............................................................................................. 3
  4. Insekten.........................................................................................3
  5. Natuurontwikkeling en waterhuishouding...........................5
  6. Biotische index..............................................................................6
  7. Conclusie......................................................................................9
  8. Waterkevers en waterkwaliteit........................................... 9
  9. Literatuur....................................................................................11
  10. Beschrijving van de monsterplaatsen................................12

Oude Venen, 'Alde Feanen' (Friesland)

Het komende verslag gaat over een inventarisatie van macroin­vertebraten door de NJN Dis­trict 2 in de 'Oude Venen'. In het Fries heet dit gebied 'De Alde Fea­nen'.

Inleiding

Sinds 1989 (en daarmee was 'It Fryske Gea' één van de eer­sten) wordt in de 'Alde Feanen' nieuwe natuur gecre­erd. De bedoeling is om uiteindelijk in de 'Alde Feanen' en de omgeving hiervan de otter uit te zetten. Hoewel de water­kwali­teit in de Oude Venen wel chemisch gecontro­leerd wordt is over de macrofau­na nog weinig bekend. Vandaar dat Dis­trict II (Gronin­gen en Drenthe) en District I (Frie­sland) van de Neder­landse Jeugdbond van Natuurstu­die met leden van de Herpe­tolo­gische en Limnologische Werk­Groep (HLWG) gepro­beerd hebben dit gebied ge­deelte­lijk te inventari­se­ren op de macro­fauna. Onder macro­fau­na wordt o.a. verstaan : platwor­men, bloed­zui­gers, slakken, haftelar­ven, libelle­lar­ven, mugge­lar­ven en waterke­vers. Vooral naar water­kevers is goed gekeken. Aan de hand van deze macrofauna zou de water­kwaliteit in de verschillende gebieden (nieuwe natuur en boezemwater) beoor­deeld kunnen worden. De inventarisatie vond plaats van 12 tot 15 mei 1994 tijdens een water­beest­jeshemelvaartskamp.

Beschrijving

Dit laagveengebied van 2700 hectare kennen de meesten wel uit hun jeugd. In dit door vervening ontstane plassen­gebied spelen zich namelijk de avontu­ren af van de gebroe­ders Klink­hamer met de Kameleon. Het gebied ligt in de gemeente Smallin­ger­land tussen Grouw en Eernewoude. In dit laatste plaatsje overnachtten we bij het aanwe­zige ooie­vaars- en infor­ma­tiecen­trum. In Eernewoude is namelijk een ooievaarsbuiten­station gevestigd met ongeveer 10 ooie­vaars­paren. De bedoe­ling is om weer wilde ooie­vaars in de 'Alde Feanen' te krij­gen. Sinds 1980 zijn in totaal 65 ooie­vaars­jon­gen in het fok­centrum 'It Eibers­heim' groot ge­bracht.

Ontstaan van de Alde Feanen

Na de laatste ijstijd, tijdens het Holo­ceen (ongeveer 9.000 jaar geleden) is hier op natte plaatsen de veenvorming begonnen. De veenvorming gebeur­de op de tijdens het Pleisto­ceen achter­gebleven zand- en leemgronden. De veenla­gen, bestaande uit riet, veenmos en zeggen waren een paar eeuwen geleden nog 3 meter dik. Door het rijzen van de zeespiegel kwamen de veen­gron­den onder N.A.P. te liggen zodat het verdronken hoog­veen laag­veen werd. Het huidige gebied is ontstaan door verve­ning die al vanaf de 16e (voor privé-gebruik) tot in de 19e eeuw plaats­vond. De huidige 'Oude Venen' bevatten nog een aantal uitgeveende plassen (de petten) waarbij de zetwal­len (ook wel stripe­n of hagen genoemd) nog aanwezig zijn. Op deze stripen lagen de turven te drogen. De door golfslag (recreatie­vaart) veroorzaakte afslag zorgde voor het ver­dwij­nen van de stripen waardoor grote plassen ontston­den. Om de afkal­ving tegen te gaan geldt voor boten een vaar­snel­heidsli­miet. Verdere afslag wordt tegen­woordig tegen­gegaan door de stripen met medewer­king van Provin­ciale Water­staat te verster­ken. Vooral bij het gebied 'Prin­cedyk' is dit ge­beurd. Het schijnt dat vooral de 'Gieter­se methode' van vervenen de oorzaak van de afslag is. Bij de Gieterse methode werd relatief veel veen weggehaald waardoor de afslag meer kans had. Door de afslag zijn veel landar­bei­ders en boeren maar van nood vis­ser of rietdek­ker gewor­den.

Planten

De vegetatie op de zetwallen bestaat vaak uit blauw­gras­lan­den. Blauwgras­lan­den zijn schrale, 's win­ters natte en 's zomers hoog­stens oppervlakkig uitdrogen­de hooi­landen. Blauwgraslan­den bevatten o.a. blauwe zegge, water­aard­bei, water­drie­blad, waternavel, bruine snavel­bies, parnassia, kleine valeri­aan, brede en gevlekte orchis, ruw walstro, blauwe knoop, Spaanse ruiter en kale jonker. De grassen die in een blauwgrasland gevonden kunnen worden zijn: het pijpestro­tje[1], moeras­struisgras en de ge­streepte wit­bol. Verlan­dende petten bevat­ten krabbe­scheer (alleen in één sloot gezien door de auteur), mattenbies en riet. Als de successie al ver gevorderd is ont­staat moeras­bos. Boom­soorten die daarin veel voorkwa­men waren (zwar­te) elzen en ver­scheidene wilge­soorten. Deze soorten staan vaak langs de rand van de petgaten. Op veel plaat­sen is al moe­ras­bos ontstaan met de boven­genoem­de soorten.

De aangetroffen waterplanten in het gebied hadden vaak drijvende bladeren zoals gele plomp en waterlelie. De bo­dem en het water was te modde­rig, te troebel voor echte water­planten als waterpest en hoorn­blad. Het licht zou niet ver genoeg door kunnen dringen in het water.

Vogels

In dit gebied zijn in de afgelopen jaren de volgende vogels aangetroffen: kwak, roer­domp (reid­domp), kiekendief, putter, goudvink, kemp­haan, wulp, regen­wulp, putter, slobeend, bergeend, nijlgan­s, visdiefje, groenling, braam­sluipers, gras­mus, purperrei­ger (in De Oude Venen zouden 9 paar purperreigers broeden), ooie­vaar (Fries­: '­Ei­bert'), bruine kieken­dief, buizerd, velduil en toren­valk (in het Fries: 'Reade Wikel'). Verder komen in de 'Oude Venen' voor en na het broed­seizoen grote hoe­veelheden smien­ten, kolganzen (beide 30.000), brand­ganzen (20.000) en trek­kende kempha­nen voor.

Amfibieën & Reptielen

Alleen de (grote) groene en bruine kikker en salamanders, alsmede ring­slangen worden in dit gebied waargenomen.

Insekten

Tijdens het kamp zijn de bosgoudvlieg, bont­e zandoogjes en de Oranjetip waarge­nomen. In het Wikelan zaten veel libel­len en juffers. Onder andere werd de Cordulia aenea (Sma­ragdli­bel) waargenomen. Dit is een algemene voor­jaarssoort van matig eutrofe ondiepe wateren. De soort is verder algemeen in laag­veenge­bieden en heide­vennen. De Bra­chy­ton pratense (glassnijder) is een typische voorjaars­soort van brede sloten en vaarten in laagveen­streken en is vrij alge­meen. Libellula quadrimacula­ta of Viervlek is een (algeme­ne) soort van hoogveen­moerassen maar komt ook voor bij gewone vijvers en plassen. Verder werd nog een witsnuitli­bel (Leu­corrhina pecto­ralis) gevangen. Leu­corrhi­na's komen vaak voor in be­schutte bosrijke plaatsen in hoogveen­gebie­den, veenmoerassen, vennen en heiplas­sen.Maar L. pectoralis wordt voornamelijk in laag­veengebieden gevan­gen. De soort is in Neder­land vrij zeldzaam, hoewel er grote fluctua­ties zijn in de waarge­no­men aantallen door de jaren heen. L. pectoralis is plaatselijk talrijk. De laatste libelle­soort is Ischnu­ra elegans (het lampionnetje of blauw­gatje) en is een zeer algeme­ne juffer die in allerlei wateren gevonden kan worden.

Zoogdieren

Naast mollen, hazen, konijnen en egels komen in dit gebied ook nog veel reeën voor, net als in de Peel. In een gebied dat zo moerasachtig is als de Oude Venen zou je dat in eerste instantie niet verwachten. Het inte­ressantst zijn de waarne­mingen van otters in dit gebied. Alle waarnemin­gen zijn van voor 1988. Voor dit zoog­dier is deze macroin­ventarisatie ook uitgevoerd. De bedoeling is om de otter door natuurontwikke­ling weer vol­doende leefge­bied te geven in de omge­ving van de Oude Venen.

Otters

Het Otterstation te Leeuwarden heeft twee paartjes otters (Lutra lutra) waarmee verder gefokt wordt. De jongen van dit paartje moeten losgela­ten wor­den in het gebied 'De Oude Venen'. In 1988 zijn nog sporen van de laatste otters aange­troffen in de Deelen en in de Oude Venen. De soort is nu vrijwel verdwenen uit Nederland (de laatste waarneming van een otter was in 1991 in Limburg). En dat terwijl in 1965 de otterstand nog op 300 dieren geschat werd. Op zich vormen laag­veenge­bieden met hun brede sloten, petga­ten, plassen en meren een goed bio­toop voor Otters. Op versprei­dingskaart­jes van de otter in de periode 1982-1988 ligt dan ook een zwaarte­punt van waarne­mingen in Midden en Zuid-Friesland (uit 'Atlas van Nederlandse zoogdieren'). In dit gebied zijn daarom nu al extra waterpartijen aange­legd in de vorm van 'Nieuwe Natuur' waar­bij extra water­gangen in voorma­lige land­bouw­grond gegraven zijn. Hierdoor worden eerder de minimale benodigde kilometers oever die een otter nodig heeft, bereikt. Voor de herintroductie van de otter is veel rustig (vis)gebied nodig. Daarom moeten verlande petgaten uitgegraven worden voor de otter. Hier­door ontstaat weer diep water voor de vis en ver­dwijnt de veront­rei­nigde grond die op de bodem van de petga­ten ligt. De verontreingingen bereiken via de opgegeten vis ook de otter. Eén natuurgebied zal waarschijn­lijk te klein zijn om een terri­to­rium te vormen voor de otter die 40 kilometer waterkant nodig heeft als voedsel­territo­rium. Een otterleefge­bied zal dan moeten bestaan uit verbonden stuk­ken na­tuurge­bied. Een vrouwtje kan vaak met een wat minder groot gebied toe. In de paartijd trekken de otters veel. Een mannetje kan zo'n 25 kilometer op een nacht trek­ken. Over een week kan dit in totaal 200 kilometer worden. Het verkeer kan dan zeker de nodige slachtof­fers eisen. Daarom zijn in Midden-Friesland al de nodige tunnels aange­legd voor deze dieren. De otter is een viseter en is daardoor veel meer dan de in de Biesbosch succesvol uit­gezette bever (50 uitgezette exempla­ren) afhankelijk van de waterkwali­teit van het ge­bied. Dit komt doordat de bever zijn voedsel minder uit het water haalt. De bever is namelijk een planteneter en geen viseter zoals de otter. De otter zal daardoor veel eerder last van vervuild water hebben. Vandaar dat alle gege­vens over de kwaliteit van het water inte­ressant zijn voor het otter­stati­on.

Recreatie

Landschappelijk en recreatief zijn 'De Oude Venen' van grote beteke­nis. Het grootste gedeelte is vrij toegankelijk voor de water­sport. Enkele dicht­ge­groeide petgaten zijn vanwege hun orni­tho­logische (aal­schol­verko­lo­nie) en botani­sche waarde (blauwgrasland) afgeslo­ten.

Niet alles in het gebied is eigendom van 'It Fryske Gea'. Ook particu­lieren hebben nog stukken grond in het natuurge­bied 'De Alde Feanen' liggen. Het ontgraven laagveen is 2500 hectare groot, waarvan 1500 hectare in beheer is van 'It Fryske Gea'.

Natuurontwikkeling en waterhuishoudingNatuurontwikkeling en waterhuishouding

Aan de zuidwestkant (achter de percelen 'De Koai' en 'Cu­ba') zijn in 1989 een groot aantal percelen vergraven en omgevormd tot een geschikt otter­biotoop. Dit werd gedaan door veel watergangen in het gebied te graven. Dichter bij het ooievaarsstation is dit ook gebeurd. Lytsemar en de gebieden langs de Feanters­dijk zijn ook 'nieuwe natuur'. De meeste gebieden hebben nu een eigen water­huishouding, geïsoleerd van het veront­reinigde en volledig open boezem­water waar pleziervaart en landbouw gewoon hun invloed op hebben. Vaak heeft deze isolatie zeer goede gevolgen gehad voor de waterkwa­liteit.

 

In het gebied treedt ook kwel op. Om de kwaliteit van dit kwelwater te verbete­ren is landbouw­grond 'stroomop­waarts' van het grondwater opge­kocht. Hierdoor zal deze kwel schoner het natuurgebied 'De Alde Feanen' in stromen. Sommige omwonen­den hadden hier problemen mee. Het was onte­recht dat aan die paar (mogelij­ke) otters zoveel belang ge­hecht werd. Het was nu toch ook al een mooi natuurge­bied ... ?

 

Fjirtich Med

Het waterpeil in de polder 'Fjirtich Med' wordt bewust hoog gehouden om het rietland voor uitdroging te behoeden. Behalve kwel en regenwater wordt ook boezemwater inge­bracht. Dit komt de waterkwaliteit niet ten goed maar is wel noodzakelijk voor een goede rietopbrengst. Het niveau­ver­schil is goed te zien tussen een naastgele­gen poldersloot en de greppels in het 'Veertig Med' gebied. Het waterniveau verschilt soms wel 30 centime­ter. Niette­min komt de krabbe­scheer, een goede indicator-plant, nog wel in kleine aantal­len in het gebied voor.

 

 

Beschrijving van de belangrijkste gebiedenBeschrijving van de belangrijkste gebieden

 

De Princehof is de eerste grote aankoop van It Fryske Gea. Het is aange­kocht na een grote inzamelingsactie in 1934 (ten tijde van de crisisja­ren!) en ligt ten zuiden van Folkert­sloot.

De Wydlannen is een ten westen van het Princehof gelegen zomer­polder en heeft gedeeltelijk nog een blauwgraslandve­ge­tatie. Het is een restant van de in deze omgeving vroeger veel voorkomende uitgestrekte onbemeste hooilan­den. Doel van het beheer is het grasland te regenereren. De polder trekt in de winter grote aantal­len wilde ganzen. Sinds 1958 wordt het reser­vaatsge­bied door aankopen en legaten steeds groter.

Rengers­polle ligt in een zuidwesthoek van de Wydlannen, waar De Rengers­poll door een vaart van gescheiden is. Het is oorspronkelijk opgespo­ten en begroeid ­geraakt terrein van de Wydlannen. Het ligt tegen de Graft (Greft) aan. Dit terrein was bestemd als vogelbos en gedeeltelijk voor de recrea­tie. Door onoplettendheid van bezoekers is dit bos in 1957 en in 1959 afgebrand. Dit gebied is aangekocht in 1944. Op deze dagre­creatie-plaats bevindt zich ook de aanleg­plaats voor de rondvaart­boot. Hier zijn over­nachtingen met tent toege­staan.

Saiterpetten e.o. dateert uit 1937 en daarboven ligt Lytse Saiter wat een onder water gezette polder is ten noorden van de Saiterpetten. Hier moet moeras gevormd worden. Een Saiter is een soort zomerboerderij.

Fjirtich Med, oftewel Veertig Med (een med is ongeveer een halve hecta­re) is een deelgebied van (de naam zegt het dus al) ongeveer 20 hectare groot en ligt vlak bij het bezoekerscentrum en ooievaarssta­tion de 'Eibert'.

 

Biotische index

 

De waterkwaliteit is bepaald volgens de biotische index van N. De Pauw en R. Vannevel. Deze, oorspronkelijk voor stromend water ontwikkelde, maat voor de waterkwaliteit is afhankelijk van de hoeveelheid verschillende soorten grotere ongewer­vel­de waterdieren en zegt vooral wat over het zuurstof­ge­halte van het water. Het is met deze methode echter moeilijk om verschil­lende watertypen te vergelijken. Verder is de bepaling van de biotische index hier niet zo betrouwbaar omdat niet naar alle organismen even goed gekeken is. Ook verschillen de monster­punten in compleetheid van de inventarisatie. Per punt is ook niet even lang en met dezelfde kennis van zaken gemonsterd.

 

De biotische index kent de volgende 5 klassen:

 

10-9         : Geen tot zeer geringe verontreiniging, zeer goede kwaliteit

8-7           : Weinig verontreiniging, goede kwaliteit

6-5           : Matige verontreiniging, matige kwaliteit

4-3           : Zware verontreiniging, slechte kwaliteit

2-0           : Zeer zware verontreiniging, zeer slechte kwaliteit

 

De klasse 10-9 komt in Nederland vrijwel niet meer voor. Een 8 moet al als zeer hoog beschouwd worden.

 

 

Waterkevers

 

Tijdens het vangen van de macrofauna is vooral goed gekeken naar de verschil­lende waterkevers. De hieronder volgende lijst bevat waterkever­soorten die interessant zijn vanwege hun zeldzaamheid of karakteristie­ke voorko­men in laag­veenmoeras­sen. De bijlage bevat een over­zicht van de zeven mon­ster­punten met hun waterkeverfauna en een overzicht van de gevonden macrofauna per monster­punt.

 

 

Haliplus fulvus  (Een watertreder)

Deze soort is weinig algemeen in heel Nederland. Niet zeer zeldzaam dus, maar toch is dit op zich wel de meest bijzon­de­re vondst. Haliplus fulvus komt voor in grotere meso­trofe stilstaande wateren, waarin hij echter niet gevangen is (Drost & Cuppen 1992). De kever eet kleine waterdieren en algen. De soort werd hier gevangen in een sloot bij de Veenweg bij monsterpunt 5 en het betrof één verdwaald (?) exemplaar. 'De Alde Feanen' lijken echter wel geschikt voor deze soort die in grotere meso­tro­fe veenplas­sen voorkomt.

 

Hydrovatus cuspidatus

Vrij zeldzaam door het hele land, met de meeste vindplaat­sen in het haf en in het fluviatiele district. Na een lange afwezigheid wordt de soort sedert 1970 op steeds meer plaatsen gevonden. Hij leeft in eutrofe, grotere, perma­nente wate­ren, vaak tussen wortels van moerasplanten als riet, lisdodde, egels­kop en zwane­bloem, of gewoon in de mod­der.

Zowel larven als volwassen dieren kunnen worden verza­meld door wortel­kluiten uit te spoelen (Drost & Cuppen 1992).

Hier gevangen in een veenprutsloot (Monsterpunt F2 (of 3)) en in een pet gat (Monster­punt E; langs de weg). De kevers zijn gewoon gevangen met een keukenzeef en niet door de wortels uit te spoelen. Hydrovatus cuspi­datus is zeker niet zeldzaam in Noord-Holland en heeft daar zeer veel vind­plaat­sen. De kevers zijn gevonden door stevig te poeren in de oever­vegeta­tie in het water.

 

Hydroporus neglectus

Vrij zeldzaam in Nederland, in het westen zeer zeldzaam, behalve in sommige laagveengebieden. Acidobiont (Zuur­minnend). De kever komt uitsluitend in zure biotopen voor zoals moeras­sen, verlande sloten en bospoeltjes (Drost et all. 1992). Op vijf van de zeven door Barend van Maanen gemonsterde plaatsen gevangen. Wel een typische soort voor zulke habitats als laag­veengebie­den.

 

Hydroporus scalesianus

Vrij zeldzaam, Acidofiel. In verlandende wateren of oever­zones van oligo-mesotro­fe of mesotrofe wateren. Vooral in veenmmos­rietlanden en zegge moeras­sen, maar ook gevan­gen in tamelijk entrofe rietmoe­rassen (Drost et all. 1992).

Gevangen in het veenmosmoeraslandje achter de kampeer­boer­derij (F0). Het monsterpunt F0 is een veen­mosriet­land hetgeen een typische habitat is voor deze leuke soort.

Verder in de monsterpunten (E) en (A2). Zie ook de kaart.

 

Agabus unguicularis

Zeldzaam, in het noorden iets gewoner, Acidofiel.

In kwel-moerassen of verlandende wateren, veenmosrietland, slootjes, duinplas­sen met veel grof organisch materiaal (Drost 1992).

Met Dryops anglicanus en Haliplus  fulvus voor dit gebied de zeldzaam­ste soort. Slechts één exemplaar is in het petgat (E) gevangen. Op de bodem lag een dikke laag organisch materi­aal.

 

Hydraena palustris

Zeldzame maar wijdverbreide soort. In stilstaande, perma­nente en semi-per­manente wateren met een rijke emergente vegeta­tie met accumula­tie van grof organisch materiaal zoals ver­landende sloten in klei en laag­veen gebieden, moerassen en langs verlan­dende oevers van grotere plassen. De soort prefe­reert kwelmi­lieus die ook wel in de Oude Venen aanwezig zijn. Mijdt sterk zure of brakke wateren (Drost 1992).

Wel al bekend van Friesland (Cuppen 1993), maar is het is toch een inte­ressan­te vondst. Op beide plaatsen tussen orga­nisch afval gevangen in een veenmosriet­land (F0) en in riet afval (A2). Dit komt overeen met de voorkeur van Hydraena palustris die graag voorkomt op plaatsen met een accumulatie van grof organisch materi­aal.

 

Limnebius aluta

In heel Nederland vrij zeldzaam, Acidofiel. Bewoner van bos­poe­len, moeras­sen (met name veenmosrietland), moerassige sloot­oevers en oevers van voedselrijke vennen. Wordt door zijn geringe grootte (1-1.2 mm) gemakke­lijk over het hoofd gezien (Drost & Cuppen 1992).

Gevangen in veenmosrietland achter de kampeerboerderij (F0) en tussen rietafval iets verderop (F1) van een veen­plas/petgat.

 

Hydrochara caraboides (kleine spinnende watertor)

Grote soort. Buiten het laagveengebied van West-Nederland zeldzaam, voor 1950 vrij algemeen. Hoofdza­kelijk in het klei en veengebied van West-Ne­der­land. Daarbuiten zeldzaam. Prefereert tamelijk voedsel­rijk, vegeta­tierijk, perma­nente stilstaande wateren. Komt ook in sloten voor met een dikke laag reducerende modder (Drost 1992). Eén exemplaar werd gevan­gen aan het einde van de Veenweg in een moerasje (monsterpunt 6, Hospers A2) in een petgat. Gezien de gelij­kenis met de genoemde West-Nederlandse laagveen­gebie­den was de soort wel te verwach­ten in 'De Oude Venen'. Toch werd de soort pas de laatste dag gevan­gen en maar één maal één exemplaar.

 

Dryops anglicanus

Verspreid en zeldzaam. Voorkomend in mesotrofe kwelmilieus, zoals veen­mosrietlanden, tril­ven­en en mesotrofe broekbossen (Drost & Cuppen 1992). Erg leuke vondst, gevangen in het veen­mosriet­land achter het ooievaars­station bij monsterpunt 1.

 

 

Conclusie

 

De 'Alde Feanen' is een typisch laag­veengebied vergelijkbaar met bij­voorbeeld de Nieuwkoopse plassen, de Wieden of de Weerrib­ben. Vooral het veenmosriet­land achter het ooie­vaars­stati­on 'It Eibersheim' (monster­punt 1) heeft bijzondere water­kevers. Ook de interes­sante waterkevers van dit soort habitats ontbre­ken niet. Soorten die gevonden zijn en in zulke laag­veenge­bieden thuis horen zijn Hydropo­rus neglectus en Hydro­porus scalesianus. De waterkeverge­meenschap van tempo­raire moerassen en verlan­dingssituaties (waaronder ook sterk verlan­de laagveenmoerassen vallen) bevat echter veel typische laag­veen­soorten die zeer zeldzaam zijn en dan ook niet tijdens deze inventari­satie gevan­gen zijn.

 

Waterkevers en waterkwaliteitWaterkevers en waterkwaliteit

Het is moeilijk iets te zeggen over de water­kwaliteit. Een mon­sterpunt als het veenmosrietland (monsterpunt 1) achter het ooievaarsstation zal namelijk behoorlijk geïsoleerd liggen van vervuilende invloe­den. Uit dit - wat waterbeheer betreft - geïsoleerde monsterpunt blijkt wel dat met isolatie van bepaalde gebieden erg leuke resultaten behaald kunnen worden. Dit is ook al eerder gebleken bij een zuidwestelijk deel van de Oude Venen. Voor niet-geïsoleerde gedeelten zal via de grote vaarten het vervuilde water via een korte om­weg toch weer terug in de gebieden stromen.

 

Het water in dit veenmosrietland zal voornamelijk afkomstig zijn van regen en kwel, zodat de waterkwaliteit goed is, wat wel blijkt uit het voorko­men van zeld­zame soor­ten. It Frys­ke Gea zal echter meer geïnteres­seerd zijn in de kwaliteit van grotere wateren die veel meer afhan­kelijk zijn van het waterbeheer. De kwaliteit van deze wate­ren is moei­lijk te bepalen aan de hand van de waterkever­fau­na, omdat ze niet het geschikte habitat vormen voor de meeste soorten. Water­kevers houden van kleine beschutte wateren. Water­kwali­teitsbepaling hiervan kan beter op grond van waterkever-, mugge­- en libellelar­ven e.d. gebeu­ren. Deze macrofauna is minder mobiel en zal dus een betere weerspiege­ling vormen van de water­kwaliteit. Verder is geen literatuur gevonden waarbij een duidelijke relatie was tussen waterkwali­teit en water­ke­vers. Een goede analyse over de waterkwali­teit ontbreekt hier­door.

 

In de grotere diepere wateren waar wel gemonsterd is was juist weinig tot niets aan macro­fauna te vinden. Dit kan te wijten zijn aan een slecht habitat en aan een slechte water­kwaliteit. Voor determinatie van water­mijten, water­vlooien, hafte- en libellelarven was pas laat op het kamp vol­doende kennis beschikbaar. Vandaar dat deze gegevens voor een aantal monsterpun­ten onbreken. Op grond van deze waarne­mingen is het moeilijk iets over de waterkwa­liteit in de grote boe­zemwa­teren te zeggen. In de nieuwe natuur­gebieden zijn wel op sommige plaatsen veel kleine visjes aangetrof­fen in vrij grote plassen in onder andere het Wikel­slan. Het meest interes­sant was nog het veenmosrietland achter het bezoe­kerscen­trum, een petgat bij Earnewarre en een oude, gewone boeren­sloot bij de Jan Durkspol­der waar o.a. veel staafwant­sen en waterschor­pioenen gevonden werden.

 

Biotische index

Ook is de biotische index toegepast ondanks de nadelen die aan dit systeem zitten. Het blijkt dat de waterkwaliteit nogal verschilt. Hele grote waterplassen scoren slecht, mede door­dat dit geen habitat is voor macrofauna. Ook hele kleine ondiepe tijdelijke poeltjes met stilstaand water scoren in deze index niet goed. Verrassend is dat de petgaten van Fjirtich Med er zo goed vanaf komen. De biotische index bedroeg een 9 wat erg hoog is. Voor de rietteelt wordt immers boezemwater in het gebied gepompt. Een oorzaak kan zijn dat hier alle monster­punten samengevoegd zijn in een lijst voor het petgat zodat de monsterintensiteit voor de petgaten hoog ligt vergeleken met de andere monsterpunten. De boeren­sloot van de Jan Durkspolder bevatte veel water­plan­ten en macrofauna zodat een hoge score te verwach­ten viel (een biotische index van 8).

 

Planten en waterkwaliteit

Om de waterkwaliteit te onderzoeken was het mis­schien handi­ger geweest om ook de water­plan­ten mee te nemen. Waar­schijnlijk zou dit echter niet veel extra opgel­everd hebben. Het water was niet helder zodat het licht de bodem niet bereikt. Dit bemoeilijkt de komst van planten die op de drabberige slootbo­dem moeten ontkiemen. Alleen wortel­stok­planten als water­lelies en gele plomp waren soms talrijk. Maar Potamo­ge­tons (fontein­krui­den) en aarvederkrui­den, water­ranonkels (Ranon­cu­lus) en Chara's, krans­wieren en krabbe­scheer zijn (vrijwel) niet gezien, net als hoornblad en water­pest. De vraag is dan ook of met waterplanten een goede waterkwaliteitsanalyse gemaakt had kunnen worden. De krans­wieren die van dit gebied bekend zijn uit de literatuur (Ver­spreiding van Kranswieren in Nederland, Coops 1994) zijn Nitella flexis en Chara globu­laris. Beide kranswieren komen met name voor in matig harde en zachte wateren voor. De concentratie bedraagt dan ongeveer 1-2 mmol HCO3-.

 

 

Boezemwater

Vrijwel de hele provincie Friesland behoort tot één waterhuis­houdkundige eenheid: de Friese boezem. In het centrale ge­bied, het zogenaamde Lage Midden, bestaande uit laagveen­gronden die merendeels beneden NAP liggen en waarin de kwelinvloed vanuit het oostelijke pleistocene gebied merk­baar is, worden de meeste kranswieren gevonden. 's Zomers vindt inlaat van IJsselmeer­water plaats voor peilhandhaving en doorspoeling. Dit water is afkomstig uit de grote rivie­ren. Dit harde Rijnwater is carbo­naatrijk en daar kunnen planten als krabbescheer niet tegen. Het hoge bicar­bo­naat-gehalte heeft ver­snel­de afbraak van plantenresten tot gevolg wat tot eutro­fiee­ring leidt.  Tijdens de onderzochte periode is deze plant dan ook vrijwel niet gezien.

 

Hierdoor is de waterkwaliteit van het boezemwater wel een probleem. In de grotere wateren werd ook minder macrofauna gevangen. Dit komt mede doordat de grotere wateren een minder geschikt habitat voor veel macro­fauna vormt.

 

Op sommige plekken 'nieuwe natuur' lag een groene algenlaag op het water wat wijst op hoge stikstofconcentraties. Dit was dan ook vaak voorma­lige landbouw­grond. In de grep­pels groei­den vaak riet en pitrus.

 

 

 

 

André H

Barend van M

André van N

 

LiteratuurLiteratuur

 

'De waterkevers van Nederland', KNNV No 55, (Drost, Cuppen 1992)

'Van Oerd tot mokkebank', S.J. van der Molen, It Fryske Gea 1930 -1975

'Atlas van de Nederlandse zoogdieren', S.Broekhuisen et. al. KNNV 1992

It Fryske Gea 'Zestig jaar natuurbescherming', 1990, Drach­ten

Handboek Natuurmonumenten 1991, Vereniging tot behoud van Natuur­monu­men­ten 's-Graveland

'Overzichtskaart Oude Venen', It Fyske Gea

'Waterplanten en waterkwaliteit', F.H. Bloemendaal & J.G. Roe­lofs

'Verspreiding van Kranswieren in Nederland' E. Nat 1994, Riza en VU Amsterdam

'Macro-Invertebraten en waterkwaliteit' N. De Pauw en R. Vannevel 1991

 

Bedankt worden:

Voor dit onderzoek bedank ik Nico Minnema (beheerder It Eibersheim) voor onderdak, overnachting en het leveren van de kaarten. Verder ook nog de excursie­leiders en met name Barend, André en David. Verder nog de rest van de kampcommissie voor de organi­satie en André en Steven voor het doornemen van de tekst.

                                                                                                      André H


 

Codering

 

Waterkeverschema

 

In het waterkeverschema zijn de monsterpunten genummerd van 1 t/m 7. Deze 7 monsterpunten komen respectievelijk overeen met de monsterbuisjes B(arend) 425 t/m 431. Zelf heb ik elk gebied een letter toegekend en elk monsterpunt in dat gebied kreeg een nummer. Monsterpunt nummer 2 in Lytsemar (Lettercode D) heet dan ook DII.

 

Vindplaatsen bij het waterkeveroverzicht

No,          Barend,  Hospers Amersfoort cooordinaat

1              = 425       F0, Eerst monsterpunt in moerasje pal achter 'It Eibers­heim' 191.48-572.48

2              = 426       F1, Tweede monsterpunt over het voet­pad, in groot bosven 191.87-572.49

3              = 427       F2, Bij richtingaanwijzer 'kuierpad', op een kruising 192.02-572.40

4              = 428       F3, Bij witte huisje in westhoek van Wikelslan, bij wan­del­route 191.83-572.85

5              = 429       F4, Over de sloot in woeste grond tussen veenweg en 'E­arn­sle­at'. 191.77-572.82

6              = 430       E , Einde veenweg (bij Earnewarre/-sleat) lag moerasje aan de oostkant 191.49-573.42

7              = 431       A2, Bij S-bocht Fjirtich Med in, vlakbij 'Ds. van der Veen­weg'. 191.65-527.31

 

 


Beschrijving van alle monsterpuntenBeschrijving van alle monsterpunten

 

 

Codering volgens Hospers.

 

Een monstergebied wordt volgens deze codering herkend door de eerste letter (elk monstergebied heeft een eigen letter gekregen) en na de letter een monster­num­mer die het volg­nummer aangeeft. Dit nummer geeft dus aan op hoeveel plaatsen in het gebied monsters genomen zijn.

 

A             Fjirtich Med, eerste plas dicht bij ooievaarsstation I & II

B             Tweede plas in Fjirtich med, I & II

C             Neeltjesmuoisgat, midden in het De Oude Venen

D             Lytsemar, bij Eernewoude (kleine meer) I, II

E              Monsterpunt in trilveenmoeras tussen Earnewarre, Earnesleat en Ds Van der Veenweg

F              Monsterpunten vlak bij voorlichtingscentrum 'De Reidplum' en 'It Eibers­heim' in 'Wikelslan'

G             Jan Durkspolder, langs en bij de 'Alde Geau' (=een waterweg), I & II

H             Wikelslan (Torenvalk) ten noorden van Eernewoude I, II

I               Sanemar, Zandmeer I, II, III

 

 

Vrijwel alle monsterpunten zijn vrij ondiep (< 1m), en bevatten (soms beperkt) vlooien en vlo­kreeften. Slechts één petgat bevatte helder water. Deze lag in het gebied Fjirtich Med. Waterplanten waren afwezig of zeldzaam. Vaak was het dan nog plomp of waterlelie. Fontein­kruiden en water­pest zijn door ons niet aange­troffen.

De natuurontwikkelingsgebieden hebben een hoog waterpeil. De 'Lytse Saiter polder' is zelfs weer helemaal onder water gezet voor moerasvor­ming. De nieuwe natuurgebieden zijn gedeeltelijk onbegroeid. De planten­groei bestaat met name uit Pitrus, alg, fioringras, riet. Zeggen (Carex)  waar niet talrijk aanwezig.

 


 

                               Monsterpunten

 

 


 

A 1,     Fjirtich-Med

 

(Een op­per­vlakte maat), hier wordt het eer­ste petgat geinventa­riseerd

'A'; AC 191.5-572.5 of SBB 11-13-32-33

Biotische index 9

 

 

Cordulia aenea (smaragdlibel)

vlokreeft 5

waterpissebed Asellus aquaticus 15

Zoetwatergarnaal 4

kiezelalg

larve Erythromma najas

larve Sympetrum spec

hafte larve Patamus luteus

Grote diepslak 4

Grote poelslak 1 Lymnaea stagnalis

larve van de modder kever 6

bootsmannetjes 7

watervlo veel

Cendrophillum lutelum 1

twee kokerjuffers met gras

Physa fontinalis (bronblaashorenslak)

Anisoptera larve

veel vlokreeftjes

grote diepslak 3

gewone poelslak 1 Lymnaea stagnalis

gewone hoornschaal Sphaerium corneum

draaikolkschijfhoren Anisus vortex

witte schijfhoren slak Gyraulus al­bus

haftelarve 5

Zygoptera larve 2

bootsmannetjes 2

kokerjuffer II  spec, gemaakt van zand

 

 

A2     

Zondag 15 mei 1994 Fjirtich Med, Monsterpunt ligt schu­in links tegenover het ooievaar­sta­tion, In die S-bocht.

Ondiepe rietpoeltjes. (B431)

( AC 191.65 - 572.31) 

Biotische index - (Te weinig waarnemingen)

 

Hydroperus striola 1

Hydroperus scalesianus 1

Hydroperus neglectus 2

Hydraena palustris 1 vrouwtje

Cercyon convexiusculus 2

Chaetharthia seminulum 1

Anacaena globulus 1

Anacaena lutescens  3

 

 

 

B I ,  Fjertig Med,

naar een tweede petgat

AmsCoord 191.3-572.8  of  SBB 11-13-32-22

Vrijdag 14 mei, determinatie Hajo en Nicole

Biotische index 5

 

Grote diepslak  Bithynia tentaculata 20

Gewone poelslak Lymnaea stagnalis 7

kleine snoekjes

bloedzuiger (Erpobdella octaulata acht­ogige bloedegel, vrij algemeen)

bootsmannetjes Notonecta spec

veel zoetwaterpissebedden

vlokreeftjes

 

 

 

B II    in Fjitich Med

Fjirtich Med, het tweede petgat,  De­term. Barend

Amersfoortcooordinaat:190,5-572.2, Vrijdag 14 mei 1995

Plantengroei :   --

diepte : Bijzondere aan dit monster­punt was de helderheid van het wa­ter. Het is het enige monsterpunt met helder water.

Biotische index 9

 

larve van de geelgerande watertor Dytiscus

vlokreeften en watervlooien

Hyphydrus ovatus eironde watertor

Anisus vortex draaikolk schijfhoren­slak

gewone water pisse­bed Asellus a­qua­ticus

kokerjuffers 7 maal, drie soorten

Sigara striata 2

Graphoderus of Acilius  roofkever larve

Ischnura elegans Lantaarntje

Valvata piscinalis vijverpluimdrager

Grote diepslak Bithynia tentaculata

Witte schijfhorenslak Gyraulus albus

Lymnaea stagnalis (gewone poelslak)

Physa fontinalis 

 

 

 

            C, Neeltjesmuoisgat

Excursies Leendert en Hajo met boot­je

Naam Plaats Neeltjes gat, midden in de venen  plaats 'C'

Zaterdag 14 mei 1994

Oppervlak Beperkt toegankelijk voor boten met geringe diepte

Biotische index 6

 

bootsmannetje

kokerjuffer

Oorvormige poelslak Radix auricula­ria

posthorenslak 6

grote diep slakken Bithynia tentacu­lata

eironde watertor Hyphydrus ovatus

draaikolkschijfhoren  Anisus vortex 4

Lymofylis marmoratus (Een kokerjuf­fer)

Ischnura elgeans larve Lantaarntje

Glossiphonia herroclyta (Een bloed­zui­ger)

 

 

 

D1  Lytsemar    Vrijdag 13 mei 1994

Naam plaats: Lytsemar of 'Klein meer'. Vlak na de camping 'It Wiied­de', langs het fietspad. In het ge­bied zelf (Lytsemar) konden we niet komen door een brede sloot. In deze brede sloot is langs de rand gevan­gen.

Amersfoortcooordinaat: 192,3 - 570,6

Plantengroei : Pitrus, De overkant liet zien dat de sloten vrij recente ge­graven sloten waren. Hier waren ook enkele pollen met zeg­gen. De Lytsemar was een nog al recent omge­gooid en vergraven terrein. De be­groeing was vrijwel afwezig. De wel aanwezige begroeiing was pitrus met gras (kweek, fiorin?).

Diepte,Breedte : 40 cm, 4 m. De mod­der begon al snel onder de water­spiegel. De ondergrond was een slap­pe veenbodem.

Biotische index 5

 

Grote diepslak (Bithynia tentacula­ta)

Watertreder (Haliplus spec) 2

Haftelarve Cloeon spec 2

Vlokreeft 10 Gammarus spec

waterpissebed 10 Asellus spec

Haftelarve spec 5

draaikolk schijfhorenslak  Anisus vortex

witte muggelarve ?

waterwants (Cymatia)

Spinnnend watertorretje (Hydrochara caraboides)

watermijten met roodkruis (15)

 

D II Lytsemar Vrijdag 13 mei

Dit punt bevindt zich iets verder op, in de luwte van een bosje.

Dit monsterpunt van de grenssloot bevatte veel kik­kervisjes, en was onge­veer 40 m voor de kruising naar de Jan Durkspol­der.

Amersfoort  192.5 - 570.5

Biotische index 3

 

Gerande oeverspin (een wolfsspin) Dolomedes fimbriatus

Laccophilus minu­tus

Eironde watertor (Hyphydrus ovatus)

bloedzuiger

Grote watertreder (Haliplus fulvus )

Gewone hoornschaal, ook bij veel andere monster­punten gevon­den. (Spha­erium corneum)

Duikerwants (Cymatia)

 

D III Tussen parkeerplaats en de vo­gelkijkhut van de Jan Durk­spolder.

Amersfoort 193.0-570.5   of SBB 11-13-35

Biotische index 7

 

Bootsmannetje larve (Notonecta larve spec)

Gewoon bootsmannetje Notonecta glau­ca

Twee verschillende soorten kokerjuf­fers.

muggelarven 10

heel veel (1000) kikkervisjes

libellen : Coenagrion pulchellum variabele waterjuffer  Lestes spec Schildpantser­juffer (spreidvleugel­juffer)

Ischnura elegans Lantaarntje

poelslak

 

            E, Einde Veenweg

(B430; E) Amersfoort 191.49-573.42                  E ,  14 mei 1995

Einde veenweg (bij Earnewarre/-sle­at) lag een moerasje aan de oostkant 191.49-573.42

Aan het einde van de Ds van Veen weg aan de rech­terkant (kant van het ooievaarstation) lagen nog 3 plassen

Oppervlak  Het moerasje bestond uit drie Veenplassen van 30 bij 10

Begroeing veel riet,(trilveen, veel) echte koekoeks­bloem,, pink­sterbloem,

moeraszuring, gele plomp, onbescha­duwd, gele lis, moerasva­ren, oever­zegge, moerasviool­tje, kale jonker

Biotische index 7

 

Haliplus ruficollis

Haliplus sp (Haliplinus)

Agabus unguicularis

Agabus undulatus

Agabus undulatus ( larve )

Anacaena lutescens

A. limbata

A. globulus

Colymbetes fuscus

Cymbiodyta marginella

Enocharus coarctatus

E. affinis

E. testacea

Helochares obscurus

Helophorus aequalis

H. aequalis/aquaticus

H. brevipalpis

Hydrovatus cuspidatus

Hydrochara caraboides kleine pik­zwarte water­tor !!

Hygrotus decoratus

Hydroporus angustatus

H. striola

H. incognitus

H. scalesianus

Laccobius bipunctatus

Laccobius minutus

Noterus crassicornis

Spercheus emarginatus

Spercheus emarginatus larve

Het riempje Bathyomphalus contortus

platwormen

Corixa punc­tata

waterroofkeverlarve

Helobdella stagnalis : tweeogige bloedegel

 

Mollusken :

kapslakken op landbouwplastic (Acroloxis lacustris),Glanzige schijfhoren­slak Segmentina ni­tida, riempje Bathyompha­lus contortus,Grote diepslak Bi­thynia tenta­cu­lata, Draaikolkschijfhorenslak Anisus vortex, Gewone schijfhoren­slak Planorbis planorbis

 

 

F, Wikelslan

 

Monsterpunt F 0  B 425  14 mei 1994

Moerassig veenmosrietlandje vlak achter 'de Reid­plum', bij ooievaars­station.

AC 191.84-572.48

Kleine poeltjes in veen

mosrietland

Sphagnum, Carex paniculata,pluimzeg­ge Phragmi­tes austria, Peucedanum palustre,  Moerasvarens, vnl onbe­schaduwd.

Biotische index 5

Dit monsterpunt wordt vertekend door het niet noteren van de insectenlar­ven

 

Hygrotus decoratus 3

Hydroporus angustatus 2

Hydroprus erythrocephalus 1

H. scalesianus 5

H. striola 1 vrouw

H. umbrosus 1 vroue

H. neglectus 3 mann

Noterus crassicornis 1 man

Hydraena palustris 1

Cercyon ustulatus  1

C. convexiusculus 3

Limnebius aluta 1

Coelostoma orbiculare 2

Chaetharthria seminulum 2

Enochrus coarctatus 1 vrouw

Cymbiodyta marginella 4

Anacaena globulus 1

A. lutescens 5

A. limbata 1

Dryops anglicanus 1 vrouw

 

wantsen

Hebrus ruficeps 2

Microvelia umbricola 1 vrouw

 

2e dag, Zaterdag 14 mei

Monsterpunt F 1 of Barend B 426

Tweede monsterpunt over het voetpad, in groot bos ven 191.87-572.49

Naam plaats :  Bezoekerscentrum bos­plas

Vijver op 50m achter het ooievaars­station ondie­p, riet, veel modder en vrij groot. Niet die vij­ver die he­lemaal 'droog' stond pal achter het bezoekers­centrum.

 Amersfoortcooordinaat:191.87-572.49

Plantengroei : Bitterzoet, snavel­zegge ? pluimzegge, lisdodd­e, moe­rasva­ren, puntkroos, els, braam, wilg, riet

Vijver was ondiep maar wel groot: 100 m bij 30 m.

Biotische index 6

 

Haliplus cf ruficollis 1 vr

Hygrotus decoratus  3

Hydroporus angustatus 2

H. umbrosus 1

H. melanarius 1

H. striola 2 mannetjes

H. neglectus 1 vro

H. palustris x

Copelatus haemorrhoidalis 1

Limnebius aluta 1

Anacaena limbata 3

A. lutescens 1

A. globulus 2

Cymbiodyta marginella 2

Cercyon convexiusculus 2

roofkeverlarve

waterpissebedden Asellus spec

Platworm

Dugesia lugubris de 'pikzwarte pla­tworm' of 'lugubere glijer'

waterspin (Argyroneta aquatica)

erwtenmossel Pisidium sp

Hydroporuslarve derde stadium

Erobdella octoculata

achtoogige bloedegel

keverlarve Scirtidae

Planorbis planorbis

Hydraena palustris

 

 

F2  Barend 427, Kuierpad   

Bij richtingaanwijzer 'kuierpad', Op een kruising 192.02-572.40

Hierna werd het kuierpad verder ach­tergelopen (100 m) naar de bekende wegwij­zer waar twee maal het bord stonde met 'kui­erpad'

Hier is een vrij brede (3m ) polder­sloot.

begroeiing pijpestrootjes, riet, moerasspirea (wijst op begin­nende verrijking) punt­kroos, zompzeg­ge (wijst op verzuring) , pluimzegge, wateraar­bei, moeraszuring

Amersfoort 192.02-572.40

Biotische index 7

 

Haliplus cf ruficollis 7 man

Haliplus cf subg Haliplinus

Laccophilus sp.

Planorbis planorbis Gewone schijfho­renslak

Erwtemosseltje (Pisidium spec)

Laccophilus spec

Dugesia lugubris

Enochrus testaceus 1+1

Enochrus quadripunctatus

Noterus crassicornis 1

Enochrus coarctatus 1+1

Spercheus emarginatus

Cyphon coarctatus

Coelostoma orbiculare 1

Hydrovatus cuspidatus 2+1

Anacaena lutescens            3 EXX+3

Cymbiodyta marginella     1

Hydroporus umbrosus 1+1

H. tristis

H. pubescens

Gyrinus marinus Schrijvertje

Helophorus aequealis/aquaticus

H. brevipalpis

Laccobius minutus              2 EXX+1+1

Hygrotus decoratus 1

Copelatus haemorrhoidalis 1

Helochares obscurus          3 EXX + 2

Hydrobius fuscipes (roodpootwaterke­ver )

Het riempje Bathyomphalis contartus

draaikolkschijfhoren Anisus vortex

gewone poelslak Lymnaea stagnalis

gerande oeverspin Dolomedes fimbria­tus

gewone hoornschaal(schelp)

Segmentina nitida glanzende schijf­horen

gewone posthorenslak

Moeraspoelslak Stagnicola palustrus complex

 

 

kikkervis

 

 

F3, Kuierpadroute,               B 428

Amersfoortcooordinaat: 191.83-572.85

Poldersloot ongeveer 3,5 m breed en  0.5 m diep.  

300 m ten Noordwesten (?) van het ooivaarsbuitenstation sla je een prive weg in naar een wit huis waa­rvan de ra­men volle­dig met tra­lies afgeslo­ten zijn. Dit mon­ste­rpunt bevindt zich precies op een (NW ?) hoek van het kuierpad in het Wike­lan. Kwamen veel mensen langs.

Bij witte huisje in west hoek van Wikelslan, bij wandel­route 191.83-572.85

Plantengroei : vrij kale rand met pinksterbloem, geen water­planten, holcus (witbol)gras, hennepnetel, veldzuring, pitrus, veenwortel

Biotische index 7

 

Enochorus coarctatus

Graphoderes cinereus

Graptodytus pictus

Haliplus ruficollis

Haliplus sp.(ruficollis groep)

Hygrotus decoratus

Hygrotus inaequalis

Hydroporus umbrosus

Hydroporus neglectus

Hydrobius fuscipes

 

Caenis spec

Laccophilus minutus

Gerris spec

Sigara distinctata

Noterus crassicornis

Rhantus frontalis  2 exx.

Hebrus pusillus

Cymatia coleoptrata

Gewone schijfhorenslak Planorbis planorbis

Posthorenslak Planorbis cor­neus

muggelarven

geelgerande waterkeverlarve Dytiscus

Anaceana sp.

Sigara sp.

Corixa punctata (Een grote forse duiker­wants)

kleine diepslak Bithynia leachi

 

 

F4,

Over de 'kuier'sloot in de nieuwe woes­te grond tussen de Ds veenweg en 'E­arnsle­at'.

Amco 191.77-572­.82, B 429 

Het monsterpunt lag in een polder­sloot die haaks laag op de sloot van het vorige monster­punt. Een wit huisje met  tralies voor de ramen keek uit op dit (volgens een bordje) 'Ove­rig na­tuur­terrein'.

 1,5 m breed Diepte ondiep

Begroeiing pitrus gras, veldbeemd. Veel algen groei in het water, maar niet oppervlakte bedekkend. Sloot­kant recent afgestoken. Aan sloot­einde groeiden mannagrassen (Glyce­ria) van de oever af het water in. Verder nog ­Klein kroos.

Biotische index 6

 

Anacaena lutescens

Agabus sturmii

Agabus undulatus (zigzagstreepje)

Cymbiodyta marginella

Gyrinus marinus

Haliplus fulvus

Haliplus sp (sg Haliplinus)

Hygrotus decoratus

Hydrobius fuscipes

Hydroporus palustris

Hydroporus erythrocephalus

Ilybius guttiger

Noterus crassicornis

Rhantus exsoletus

Sigara spec

Notonecta sp. larve

H. angustatus , umbrosus, neglectus,

pubescens en H.striolata

Paardebijter (libel) Aeshna mixta

Spitse moerasslak Viviparus contectus

 

 

G, Jan Durkspolder 

 

A-cooordinaat: 192.8-570.3

Mid­den tussen vogelkijk­hut Jan Durk­spolder en Krusdobbe, bij een duiker in een dam. Dit was een boeren­sloot met veel water­planten.

Plantengroei :  lisdodde, riet, pit­rus, egelskop, punt­kroos, klein een­dekroos

diepte : ondiep, 75 cm

Amersfoortcooordinaat: 192.8-570.3

Biotische index 8

 

Bronblaashoornslak Physa fontinalis

Grote diepslak       (Bithynia tenta­culata) veel

Gewone schijfhoorn Planorbis planor­bis       1

Draaikolkschijfhoorn (Anisus vortex)  veel

Jonge snoek          II

Bloedzuiger           spec (geen tabel)

waterpissebed Asellus spec

Hygrotus inaequalis

Noterus sp III

Anacaena spec.

Staafwants Ranatra linearis             VII

Corixa punctata (duikerwants)

Ovale poelslak Radix ovata I

Grote Graphoderus (roofwaterkever)

eironde watertor Hyphydrus ovatus

platte waterwants II Ilyocoris cimi­coides

kokerjuffers IIII

Schrijvertjes VII Gyrinus marinus

duikerwantsjes Sigara spec

 

H         Wikelslan

 

H I  Wikelslan (Torenvalk)      1e dag, Vrijdag 13 mei 1994

Amers­foortcooordinaat: 192,6-572,6

SBB 11-13-33-'33'

Bij een weg naar Earne wou­de, de 'Fe­anters dijk' Hier is op drie pun­ten gemon­sterd. Het eerste punt be­vond zich qua hoogte na de vogel­waarne­mings­hut en na de Kaoi­dijk

Plantengroei :  De sloot was be­groeid met riet en was net uitge­diept, begroeing was vrijwel niet aan­wezig. (kaal). Op veel plaatsen was niet eens riet begroeiing. Vnl kale oevers en geen waterplan­ten.

Diepte : Ondiep, 30 cm

Biotische index 7

 

waterspin Argyroneta aquatica

Riempje (slak) Bathyomphalus contor­tus  4

kapslakje Acroloxus lacustris

kleine diepslak Bithynia leachi V

Anacaena spec.

extreem veel watervlooien

Graphoderes spec.

waterroofkeverlarve van de grote waterroofkever­ (Dytiscus spec)

duikerwantsjes (Scirtidae) en Sigara bootsmannetjes (te jong)

haftelarven (veel)

mijten (vier)

waterpissebedden Asellus 4

watertredertje Haliplus

kikkervisjes

Graptodytes pictus

Laccophilus minutus (meegenomen)

platwormen  3

libellenlarven

eironde waterkever (Hyphydrus ova­tus)

grote poelslak Lymnaea stagnalis

draaikolkschijfhoren slak Anisus vortex

bloedzuiger

eenoogkreeftjes

 

 

H II  Wikelslan (Torenvalk) II

Nu in Wikelslan zelf bij een dam bij een plas. De rand van de plas zat vol met alg. De be­groeing be­stond uit vnl pitrus, riet en alg. De voormalige landbouwgrond zag er erg voedsel­rijk uit.

Amersfoortcooordinaat: 192,3-572,4

Plantengroei : Voedselrijk met alg en pitrus de rest was onbe­dekt (kaal)

diepte : Ondiepe plas (20 cm) met niet-steile wanden. Grootte : 10 m bij 60 m

Biotische index 7

 

kleine visjes , heel veel tie­ndoor­nige stekel­baarsjes ? , tien­tal­len

duikerwantsen

Grote waterkever

Sigara spec

larven van de Sigara (duikerwants)

slaapslak (Aplexa hypnorum)

Hydroporus erythrocephalus

keverlarve

Libellula (depressa ?)larve Platbuiken

Sigara falleni duikerwants

Anisoptera larve Libellula of Orthetrum

Erythromma larve (?)

Andere jufferlarve (Ischnura ?)

Bithynia tentaculata (Grote diep­slak)

Anisus vortex Draaikolkschijfhoren

Physa fontinalis Bronblaashoren

Gyraulus albus Witte schijfhoren

Caenis sp larve 

Helobdella stagnalis Twee ogige bloedzuiger

Lymnaea stagnalis Gewone poelslak

 

 

 

I   Sanemar I, Zandmeer

 

3 monsterpunten op Sanemar (Het 'Za­ndmeer') van Chris

Amersfoort 190.8-571.2 of SBB 11-13-41-45

Datum 12-5-94   Excursies Chris

Naam Plaats Sanemar

plaats No 1 Chris Sanemar

Oppervlak Groot meer bij Eernewoude

Diepte midden op het meer , 1.5 m diep

Begroeing geen vegetatie, veel zwar­te modder, geen water­beestjes

Biotische index 0

 

I 2 Sanemar

 

Naam Plaats Sanemar, Datum 12-5-94

Excursies Chris

Oppervlak Grootmeer bij Eernewoude

Diepte Rietkraag langs het meer , 0-30 cm

Begroeing Riet vegetatie, veel zwar­te modder,

Biotische index 6

 

vijverpluimdrager Valvata piscinalis

vedermuggelarve (Chironimidus thu­miplomosus)

moeraspoelslak Lymnaea palustris

waterpissebed Asellus spec

vlokreeft

watermijt

groene kikker larve

duikerwantsen (familie Corixi­dae)

misschien Cymatia bonsdorfii

driehoeksmossel (Dreissenia polymorpha)

kleine diepslak Bithynia leachi

bloedzuiger geslacht Erpobdella

Lestes viridis (Schildpantserjuffer) larve

voorntje

 

 

I 3  Sanemar

Excursies Chris, Datum 12-5-94,

Code plaats No 3 Chris Sanemar

Oppervlak Grootmeer bij Eernewoude

Diepte Eilandje midden in het meer , 0-30 cm

Begroeing Riet vegetatie, veel zwar­te modder,

Biotische index 6

 

kokerjuffer (Lymnephilidae)

watermijt

eenoogkreeftje

vijverpluimdrager Valvata piscinalis

driehoeksmossel

grote diepslak Bithynia tentaculata

tubifien

muggelarven

 

 

 

André H

e-mail :050-(3)140012

 



[1].          Molinia caerula (caerula=blauw). Dit gras is blauw­kleurig en mede verantwoor­delijk voor de naam 'blauwgrasland'. Andere planten die ook een blauw­groenige kleur hebben en in blauwgraslanden voorkomen zijn de blauwe-, blonde- en zwarte zegge, tandjes­gras en reukgras.

Posted on January 23, 2021 19:27 by ahospers ahospers | 0 comments | Leave a comment

76. Q&A Maarten Loonen

id you miss an event or do you want to experience an event for the second time? On this page you will find all live broadcasts!

Please note: because we would like to let you replay the events as soon as possible, we share the raw material from the live stream. That means that sometimes you have to fast forward a few minutes at the front until the broadcast starts.

Tuesday 19 January

What: Presentation Climate Adaptive Designs
Link: https://vimeo.com/502362612

What: Boer voor Discussie: Boeren in Zwaar Weer
Link: https://vimeo.com/502358901

Wednesday 20 January

What: WAAA Seminar: On the Way to the Wadden Adaptation Action Agenda
Link: https://vimeo.com/502981955

What: Proefcollege en Q&A Klimaatadaptatie voor Professionals
Link: https://vimeo.com/502980660

What: Het Watercafé
Link: https://vimeo.com/502979788

What: Premiere Groningse Docu Groene Golven
Link (with aftertalk): https://vimeo.com/502980248
Direct link docu: https://vimeo.com/501908095

Thursday 21 January

What: Stadsgesprek - Onderwerpen aan het Stadsklimaat
Link: https://vimeo.com/503201513

What: No Mitigation Without Adaptation: How do we Adapt to Climate Change?
Link: https://vimeo.com/503204930

What: Kenniscafe - Klimaatverandering maakt de Stad Kwetsbaar
Link: https://vimeo.com/503202099

What: De Linkse Mannen lossen het op
Link: https://vimeo.com/503201827

What: Game Time Minions of Disruptions
Link: https://vimeo.com/503361175

Friday 22 January

  1. What: Live event: Intergovernmental Panel on Climate Change
    Link: https://vimeo.com/503567155

  2. What: Nabeschouwing: Intergovernmental Panel on Climate Change
    Link: https://vimeo.com/503567880

  3. What: Award of an Honory Doctorate to Feike Sijbesma
    Link: https://vimeo.com/503567523

  4. What: Ceremony with Nobel Prize Laureates
    Link: https://vimeo.com/503567689

  5. What: Global Youth Call to Action
    Link: https://vimeo.com/503607207

  6. What: Broadcast Youth for Climate Adaptation Conference & Open University
    Link: https://vimeo.com/503416307

  7. What: Q&A Harm Jaap de Boer
    Link: https://vimeo.com/503807291

  8. What: Q&A Jan van Boeckel:
    Link: https://vimeo.com/503807401

  9. What: Q&A Karsten Schulz
    Link: https://vimeo.com/503807596

  10. What: Q&A Linda Steg
    Link: https://vimeo.com/503807750

  11. What: Q&A Maarten Loonen
    Link: https://vimeo.com/503807905

  12. What: Keynote Willem Foorthuis & Ofra Hartsema
    Link: https://vimeo.com/503772043

  13. What: Presentation Regional Action Agenda
    Link: https://vimeo.com/503772107

  14. What: Opening & Panel: Are universities acting on climate adaptation
    Link: https://vimeo.com/503775111

Saturday 23 January

What: Kinderprogramma: Groene Doeners voor de Aarde
Link: will follow

What: Dus wat gaan wij doen festival
Link: will follow

Posted on January 23, 2021 18:38 by ahospers ahospers | 0 comments | Leave a comment

76. Britsch Lichen Society Friday 29/01/2021 Programme of Events

18.30 Swinscow Lecture: Dr Rosmarie Honegger

Lichens: a more than 400 million-years-old success story.

Lichens are a very old success story: fossils of dorsiventrally organised cyanobacterial and green algal lichens with internal stratification were found in Early Devonian (approx. 418 Ma old) sandstones from the Welsh borderland, with even their microbiome being preserved: bacterial films on the surface of the cortex, and filaments of endolichenic actinobacteria and fungi in the thalline interior. From the early 1970s onwards three powerful tools became available for studying lichen biology and the functioning of lichen symbiosis: electron microscopy (conventional and cryotechniques), genomics and information technology. The fine structure of asci, ascospore formation and release, of conidiogenesis and of the diverse types of mycobiont-photobiont interactions, the routes of solute translocation between the symbionts and the fate of cells under extreme drought stress could be explored. Phylogenies of myco- and photobiont taxa and of sequences of mating type or of hydrophobin genes of lichen-forming fungi, the latter playing a crucial role in the functioning of lichen symbiosis, could be analysed and compared with non-lichenized taxa. Today many colleagues focus on the microbiome of lichen thalli, the ever present bacterial epibionts and actinobacterial and fungal endobionts and speculate about their potential roles in the symbiosis. A model system for resynthesizing all stages of lichen thallus formation and for studying the impact of representatives of the microbiome under controlled in vitro conditions is still missing, a challenge for experimental lichenologists!

Saturday 30/01/2021 Annual General Meeting

10.00 Annual General Meeting

13-14.00 Lunch

Virtual lounge open with facilities for smaller groups to go into break-out rooms

14.00 Introduction: Becky Yahr, President of the Society

14.10 Research talks

  1. Claudia Colesie: Lichen stress eco-physiology – how will lichens respond to a changing climate.
  2. Gothamie Weerakoon: Graphidaceae – most speciose lichen family in tropical south Asia.
  3. Raquel Pino: Species delimitation in Cladonia based on RadSeq data.

15.10 Management/Conservation talks

  1. Neil Sanderson: The New Forest Design Plan – Old Growth Woodland Restoration in the New Forest.
  2. Mary and Eric Steer: A Shropshire perspective on Local Biodiversity Action Plans, Local Sites and Nature Recovery Networks with regard to lichens.
  3. Julie Stoneman: Saving Scotland’s Rainforest – how the Alliance for Scotland’s Rainforest is working together to conserve this globally important habitat.

16.10-16.30 Coffee break

16.30 Humanities talks

  1. Bryony Benge-Abbott: Following the Lichen: Art and Science on the streets of London.
  2. Liz Campbell: Lichens through an artist’s eyes.

17.10 Award Ceremony and Close

Sunday 31/01/2021 11.00 Student talks

  1. Seth Ratcliffe : UK Montane Lichens in a Warming World: Projecting Species Distribution Models and Estimating Species Turnover of Montane Lichens in Response to the UKCP RCP8.5 Scenario in 2040 and 2080.
  2. Clara Rodriguez: Assembly rules of epiphytic communities of temperate forests: a view from the Southern Hemisphere.
  3. Alejandro Huereca Delgado: Unveiling the lichen flora and lichenicolous fungi in northeastern Mexico.
  4. Gulnara Tagirdzhanova: Genomes of lichen-associated yeasts and what we can predict from them.
  5. Sandra Freire: The joint evolutionary history of Tremella s.l. and the Teloschistaceae.

12.15-12.30 Coffee Break

12.30 - 16.30 Virtual Field Meeting

Organisers: Pat Wolseley and April Windle

Part 1. Special Lichen Habitats in the British Isles

Comprising six short presentations from lichenologists working in these habitats.

12.30 Introduction

12.45 Presentations

Atlantic Hazelwoods (TBC)

Metalliferous Sites - Janet Simkin

Churchyards - David Hill

13.45 - 14.30 Lunch

Virtual lounge open with facilities for smaller groups to go into break-out rooms

14.30 Presentations

Streams and Rivers - Holger Thüs

Pasture Woodlands and Parklands - Dave Lamacraft

Montane and Snowbeds - Alan Fryday

Part 2. Discussion Panel

15.30 Lichens in the Anthropocene

Peter Crittenden, Chris Ellis, Neil Sanderson, and Ray Woods discuss lichens in a rapidly changing environment.

What changes have we seen, can we expect to see and how can we mitigate these?

16.30 End Meeting

Posted on January 23, 2021 18:10 by ahospers ahospers | 0 comments | Leave a comment

75. Waarnemingsvelden

https://inaturalist.nz/pages/extra_fields_nz
https://forum.inaturalist.org/t/observation-field-standardization-wiki/380/8

Observation fields are a way to add extra details to any observation. For example, if you've got a butterfly observation, you can add the observation field "insect lifestage" and set it to "adult". If you photographed a caterpillar of the same species, you could set the "insect lifestage" field to "larva".

This adds extra value to observations. That's because it makes these details much easier for researchers to find and use than if they were written down in lots of different ways in paragraphs in the observations' descriptions. For example, insect lifestage lets researchers quickly figure out at what time of year adult butterflies are flying, since they can quickly separate observations of adults from observations of eggs, larvae, and pupae.

Any user can add observation field details to any observation. Just start typing the field name into the "Choose a field" box under the "Observation Fields" heading on any observation web page. You can help not just by adding observation fields to your own observations but also adding them to others' observations. (Note that a few users have turned this off in their profile so that only they can add these details. They tend to be the pros who do it all themselves.)

Recommended fields

Observation fields work best when everyone uses the same one field for a particular purpose. With that in mind, we list here our favourite fields that are commonly used throughout iNaturalist NZ.

General monitoring fields

For how long did you search? What did you look for? How many did you find?

https://inaturalist.nz/pages/extra_fields_nz
https://forum.inaturalist.org/t/observation-field-standardization-wiki/380/8

==
https://www.inaturalist.org/journal/ahospers/43561-23-leuke-projecten-op-inaturalist-zoals-camera-vallen-aliens-species-en-audio-waarnemingen
https://www.inaturalist.org/observations/15619327

Er zijn veel verschillende manieren om interacties, relaties vast te leggen, je zou in de velden kunnen zoeken.
https://www.inaturalist.org/search?q=interactions&source%5B%5D=projects

Het ligt er aan wat je precies wilt bereiken met RELATIES. Je kan gewoon een interactie vastleggen in een van de vele velden en de andere kant de betrokkene astleggen..maarr..
dan moet je wel de naam van het ORGANISME weten, en als je een verkeerde naam hebt je dat ook nog, bijv bij Gallen, moet fixen.
see https://www.inaturalist.org/projects/specific-animal-plant-interactions

Handiger is om van beide een ID, waarneming te maken en ze dan relateert. Nu kan de community meebesluiten over de soortsbepaling en de link blijft gewoon de link: Zie
https://www.inaturalist.org/projects/interactions-s-afr

https://www.inaturalist.org/journal/ahospers/43561-23-leuke-projecten-op-inaturalist-zoals-camera-vallen-aliens-species-en-audio-waarnemingen
more details here: https://forum.inaturalist.org/t/add-interactions-to-species-pages/433/16

Posted on January 23, 2021 17:30 by ahospers ahospers | 1 comment | Leave a comment

74. Christophe Brochard een lezing over de fascinerende wereld van de orchideeën.

Aankomende dinsdag geeft Christophe Brochard een lezing over de fascinerende wereld van de orchideeën. Hij zal vertellen over de vele Europese orchideeën en zijn zoektocht naar de zeldzaamste plant op aarde. Biologie, onderzoek, bestuiving en ecologie komen allemaal aan bod. Hier moet je bij zijn!

Orchideen Lezing Christoph Brochard LaarX HBO Natuur en Landschap

Posted on January 23, 2021 16:27 by ahospers ahospers | 0 comments | Leave a comment

73.50.Bomenkap. Drentse zandbossen bedreigd door Bossenstrategie LNV.

Eef Arnolds, medeoprichter van de WFD, maakt zich grote zorgen over de toekomst van vooral de bossen op de zandgronden door de plannen van het Ministerie van LNV, beschreven in de nota Bos voor de toekomst. Deze nota staat op de agenda van de Tweede kamer medio januari.
In dat bericht, in eerste instantie gericht aan de medewerkers van de Paddenstoelenwerkgroep Drenthe (PWD) legt hij uit waarom hij zich zorgen maakt en doet hij de oproep de petitie tegen deze nota en het voorgenomen beleid te tekenen.
Het bestuur heeft gemeend dat het ook voor ons als ‘plantenmensen’ belangrijk is hiervan kennis te nemen en jullie op het bestaan van de petitie te wijzen.

Paddenstoelenvrienden zijn gewoonlijk ook vrienden van bossen en bomen. Vandaar dat ik me tot jullie richt met een ongebruikelijk verzoek, namelijk om in actie te komen voor het behoud van de Nederlandse bossen. Dat klinkt vreemd, maar de toekomst van met name oudere bossen op zandgrond staat op het spel. Hieronder een korte toelichting.

Door ‘toeval’ ben ik als bosecoloog betrokken geraakt bij de voorbereiding van de Bossenstrategie, een beleidsnota van het ministerie van LNV. De nota is onlangs gepresenteerd onder de titel: Bos van de toekomst. Deze nota wordt medio januari in het parlement behandeld.
Ik ben erg ongerust over de technocratische benadering van bosbeheer in deze nota, zonder enig respect voor het bestaande bos. Zelfs natuurbossen zijn niet meer veilig voor kaalkap! De nota is wetenschappelijk slecht onderbouwd en staat vol tegenstrijdigheden en onjuistheden. ‘Bos van de toekomst’ blijkt te zijn vervaardigd door leden van de bosbouwlobby (houtboeren) zonder inspraak van onafhankelijke deskundigen en natuurliefhebbers. Voor de uitvoering van de voorgestelde maatregelen is 1,5 miljard euro uitgetrokken. Een vrijbrief voor de vernietiging van bestaand bos op kosten van de belastingbetaler. Het valt me op dat in de media nog nauwelijks aandacht is besteed aan dit controversiële onderwerp.

Voor belangstellenden heb ik als bijlage twee stukken met achtergrondinformatie toegevoegd. Het eerste stuk bevat wat feiten over het Nederlandse bosbeheer die ik heb opgezocht. Het tweede stuk is een commentaar op de tekst over natuurbossen in ‘Bos voor de toekomst’ uit mijn blog over bossen. Op die website is uitvoeriger informatie te vinden, ook achtergrondartikelen.

Inmiddels hebben bosliefhebbers uit heel Nederland hun krachten gebundeld in de Stichting Bos- en bomenbescherming. Ook zij pleiten voor intrekking van deze rampzalige nota. De stichting heeft een petitie opgesteld die ik van harte voor ondertekening aanbeveel.

Als je achter deze boodschap staat, dit bericht graag verder verspreiden!

Met paddenstoelvriendelijke groeten,

Eef Arnolds






Publicaties over bossen

Publicaties worden hier vermeld in chronologische volgorde van oud naar nieuw, soms met een korte toelichting of verwijzing naar elkaar als ze met elkaar in verband staan.

2010. Chrispijn, R., E. Arnolds & P.J. Keizer. Naaldbossen in Nederland, bedreigde levensgemeenschappen. Nederlandse Mycologische Vereniging. 20 pp.
Brochure over het belang van naaldbossen voor paddenstoelen en over de bedreigingen van naaldbossen.

2020-06-09. Thomassen et al. 2020. Revitalisering Nederlandse Bossen, concept voor werkbijeenkomsten. Uitgave Bosgroepen i.s.m. Staatsbosbeheer en Stichting Probos in opdracht van het ministerie van LNV. 110 pp.
Zie ook volgende publicatie.

2020-07-16. Arnolds, E. 2020. Kanttekeningen bij het rapport Revitalisering Nederlandse bossen. 12 pp.
Ongepubliceerde reactie op de nota van Thomassen et al., verstuurd aan alle deelnemers van de video-meeting over deze nota.

2020-11-14. Desie, E. et al. 2020. Rijkstrooisel: kansen voor herstel van de nutriëntenkringloop in bossen. De Levende Natuur 121: 134-139.
Zie ook volgende publicatie.

2020-11-15. Arnolds, E. 2020. Zien we door de bomen het bos nog wel? De Levende Natuur 121: 224-227.
Reactie op de vorige publicatie, inclusief een weerwoord van de auteurs daarvan.

2020-11-18. Ministerie van LNV. Nota Bos voor de toekomst. 60 pp.
Zie ook de volgende titel.

2020-11-18. Kamerbrief bij de nota Bos voor de toekomst. 2 pp.
Aanbiedingsbrief van de minister van LNV bij de nota ‘Bos voor de toekomst’.

2020-12-03. Arnolds, E. Red het Nederlandse bos.1p.
Beknopte informatie over het Nederlandse bos en bosbeheer.

2020-12-08. Arnolds, E. Brief aan Kamercommissie LNV over de nota Bos voor de toekomst. 2 pp.
Kritische brief over de procedure bij de opdracht voor ‘Bos voor de toekomst’ met verzoek om intrekking van de nota.

2020-12-08. Arnolds, E. Natuurbos in staat van verwarring. Blog notitie, 2pp.
Kritische reactie op de visie op natuurbos in de nota Bos voor de toekomst.

2020-12-18. Stichting NatuurAlert. Ecologische effesten van vlaktekap op de kwaliteit van bosecosystemen. 60 pp.
Onderzoek in opdracht van Stichting NatuurAlert Nederland naar aanleiding van de Bossenstrategie van het ministerie van LNV (nota Bos voor de toekomst).

Orchideen Lezing Christoph Brochard LaarX HBO Natuur en Landschap

Had some fun with it and made a nice rat Snakes (genus Pantherophis) in the US map: https://bit.ly/2WTGc3t

Here’s an example using each approach:

“Compare” feature (doesn’t work with new tiles):

“Taxa map” feature (now also doesn’t work with new tiles)

i don’t think this is accurate. the color gradient heatmap still works (and is improved 2 since the new map tiles). the problem on the page noted in the original post is that it asks the map tiles to be generated in a single specific color, thereby losing the color gradient.

here’s a tile with default gradient colors:
http://api.inaturalist.org/v1/heatmap/3/2/3.png 5

here’s the same tile with a single color applied:
http://api.inaturalist.org/v1/heatmap/3/2/3.png?color=%23FF4500

https://forum.inaturalist.org/t/open-test-of-map-tile-improvements/7833/87
ust a heads up. it looks like code has been checked in that should solve this problem: https://github.com/inaturalist/inaturalist/commit/ec9f0dfeb7ea9b751a34050b32a6e2687eada724 1. it doesn’t look the change has actually been deployed to the masses yet, but maybe if you take a look in a week or so (?), the orange blur problem will be resolved…
The heatmap should be working again in production. Apologies for the mixup - some other recent changes to map styles affected this map. We should now be back to where we were a few weeks ago with the heatmap working with the newish styles (released with the grids change) https://www.inaturalist.org/observations/map#2/0/0 This is all I’m doing. But it is very cumbersome, and not really what I need. My ideal solution would be a heatmap of different layers (with each layer representing whatever species I select)
yes, now the Best Way is the map?taxa= method. I’ve taken to keeping a list of maps in a text file that I occasionally open to do some cleaning:

Acrida:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=321672,358062,211055,154223,119684,622618,154222 2
Actaea:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=49870,63062,119813,158004,133005,116343 1
Arisaema:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=50310,84261,639675,276487,509076,483983,471722,416184
Baccharis:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=84813,57913,545873,159127,155045,75729
Cichorieae:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=77940,75956,49328,121998,68553,53193,135226,128733
Cladonia:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=119778,54607,217093,460246,322661,125632
Clethra:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=160747,52867,430824
Clintonia: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=53794,76401,118725,51647 1
Cnidoscolus:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=160765,133074,81817,273715
Coptis: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=126251,160861,76436,160862,870898,702412,789253,745699
Crassulaceae:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=79023,55734,58102,78846,127597,208245
Crassulaceae:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=79023,79026,58886,55734
Diervilla: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=161898,67983,52758
Elephantopus:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=152133,119609,126570,162267 1
Eriocaulaceae: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=162557,169501,164402,69685,162556
Goodyera: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=62406,50719,62366,62407
Haemodoraceae:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=277340,204338,428252,416342,119345,118972
Leucothoe: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=127488,164664,77720
Lonicera: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=53416,58100,164765,117329,82664,126145 1
Maianthemum: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=67748,50247,565359,63939
Mangrove:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=62853,75723,60335
Nuphar:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=82504,204164,78234,204367,549989,355651,821332
Nymphaea: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=51119,78236,165750,62009,165754
Conopholis https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=59980,59983
Aphyllon https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=739040,802714,802543,809373,802494
Parthenium:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=83893,126424
Phyllodoce:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=52131,78560,166760,166759,126558,764711
Physocarpus:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=129048,57249,166852,78578,149008 1
Rubus:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=51646,62377,132855
Saururus https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=60742,452025
Scutellaria: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=127045,287004,79017,57122
Symphoricarpos: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=48523,169448,128838,53456,79292
Syngnathus: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=146828,113583,179449,179451,118624,118625,117570,54538
Victoria:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=345545,179027
Wyethia:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=56987,50798,56988,60843
y chance that the new map tiles could do multiple colors (once you get zoomed in enough?)
https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=321672,358062,211055,154223,119684,622618,154222 2
is great on the “dot” maps, but not on tiles.
https://api.inaturalist.org/v1/docs/#/Observation_Tiles
iNaturalist’s tiles are a little bit uglier in most cases (in my opinion), but they can be set to any color using the color parameter. GBIF’s tiles look a little better (in my opinion), and the polygon tilesets in particular offer lots of options for formatting, though there are fewer color options available.

here are 4 quick examples of observation tilesets for Diloma concameratum (Wavy Top) that i pulled up in ArcGIS Online over a dark basemap (each snapshot is preceded by the tileset URL i used for that layer):

https://api.gbif.org/v2/map/occurrence/density/{level}/{col}/{row}@1x.png?srs=EPSG:3857&style=orange.marker&taxonKey=5797922 8
https://forum.inaturalist.org/t/looking-for-inaturalist-observation-map-visualisation-suggestions/7322/11

ok… i’ve been coding a bit, and i’m at a point of diminishing returns for further coding, i think. i didn’t get to the point of producing a mapping interface, but the code is here (https://github.com/jumear/stirfry/blob/gh-pages/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html 2), and hopefully it’s relatively easy to understand and tinker with. you’re welcome to adapt it as you please.

here are some examples of different custom maps i created using the UTFgrids:
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=1 8
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=2 1
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=3 2
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=4 1
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=5 2
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=6 2
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=7 1
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=8 1
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=9 4

UPDATE:

one last contribution here: https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_density_map_for_Leaflet.html 2
(code: https://github.com/jumear/stirfry/blob/gh-pages/iNat_UTFgrid_based_density_map_for_Leaflet.html 1)

the previous examples were built in a static map viewer that i cobbled together. but this new example is built as an extension of Leaflet.js. so it might be easier to tinker with for those who are familiar with Leaflet.js, and this example is also easier for exploration since you can pan and zoom. the markers are also created a little differently here, in a way that is less resource intensive but is a little less flexible (tradeoffs).

ecause maps can be so variable, it would take a lot more code than i’m willing to do to create a proper front-end to allow people to really configure their own maps.

that said, the Leaflet-integrated version of the map does allow you to specify parameters in the URL that will filter down the results (just like you can in the iNaturalist Explore and Identify pages), and i just added the ability to pass in custom scale factors, too (which will allow you to customize scaling ranges).

for example, this gives you Rudbeckia amplexicaulis observations scaled from 0-5 observations per cell at 0 zoom, down to just 1 observation per cell at the highest zoom levels:
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_density_map_for_Leaflet.html?taxon_id=200073&scale_factor=5,4,3,2,2,1 4

or this will apply scaling for 0-5 observations per cell across all zoom levels:
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_density_map_for_Leaflet.html?taxon_id=200073&scale_factor=5 3

if you need advice on how to tinker with either of my examples, let me know what you’re trying to achieve.

they’re both just HTML files. so you can begin tinkering by doing the following:

click on the Github code link of the example that you’re interested in
just above the code on that page, there’s a Raw button. click that.
select and copy all the text.
open a code or plain text editor. (i just use Notepad in Windows.)
paste the code into the code/text editor, and then save the file as an .html file.
now find the newly saved file, and open it in your favorite internet browser just to make sure it’s working.
if the browser opened up the file okay, you can go back to your code/text editor and start editing. when you’re ready to see changes. just save the changes, and then reload the page in your browser.
i’ve been thinking about a 3rd version of this that could take filter parameters in a URL and generate a static map that might scale automatically, automatically set the map extent, and provide the option to generate a proper heatmap, based on parameters entered, but i probably won’t get to that any time soon.

Posted on January 23, 2021 14:51 by ahospers ahospers | 0 comments | Leave a comment

72. Cantharellus en vroegere nieuwsbrieven uit Drenthe (NL)

In deze rubriek zijn alle nieuwsbrieven opgenomen die sinds de oprichting van de PWD in 1999 zijn verschenen. Vanaf 2019 verschijnt deze nieuwsbrief onder de titel Cantharellus. De meest actuele nieuwsbrief staat vooraan. Alle nieuwsbrieven kunnen op deze site worden geraadpleegd en ze kunnen ook kosteloos worden gedownload.

Indien je belangstelling hebt om de nieuwsbrief van de PWD in de toekomst rechtstreeks per e-mail te ontvangen, stuur dan een mail naar het contactadres: eefarnolds@gmail.nl.

CANTHARELLUS 2. Contactblad PWD 21. 2020, 38 pp. Download

CANTHARELLUS 1. Contactblad PWD 20. 2019, 31 pp. Download.

  1. Nieuwsbrief Paddestoelen Werkgroep Drenthe 19. 2018, 40 pp.Download
Posted on January 23, 2021 13:10 by ahospers ahospers | 0 comments | Leave a comment

71. Ecologische Atlas van Paddenstoelen van Drenthe (Netherlands, Fungi)

On this page the complete content can be found of the ‘Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe‘, published by ‘Werkgroep Paddenstoelen Kartering Drenrthe’. The printed version (2015) is sold-out and will not be printed again. Each chapter can be consulted and may be downloaded as PDF file for private use.
On this webversion the same copyright applies as for the printed version: No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the first author.

Voorzijde van de folder van de Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe met de omslagen van de drie delen. Deze atlas is in gedrukte vorm uitverkocht.


Bij de oprichting van de Paddenstoelen Werkgroep Drenthe in 1999 was de belangrijkste doelstelling een vlakdekkende inventarisatie van de mycoflora in Drenthe en het publiceren van de resultaten in boekvorm. Dit doel is in 2015 verwezenlijkt met de publicatie van de driedelige Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe. Helaas was de hele oplage van het boek in 2018 uitverkocht. Het is alleen nog antiquarisch te koop. Een herdruk wordt niet verwacht. Daarom heeft het bestuur van de PWD in december 2019 besloten om de volledige inhoud van deze atlas op onze website te plaatsen, zodat deze voor alle belangstellenden toegankelijk is.



Op deze pagina staan alle hoofdstukken van deze atlas als afzonderlijke items. Ze kunnen hier worden geraadpleegd en ze kunnen als PDF file worden gedownload voor privé gebruik.
Op deze webversie zijn de auteursrechten van toepassing die ook gelden voor de Atlas in boekvorm: Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de eerste auteur.
Eerste auteur: Eef Arnolds; eefarnolds@gmail.com.
—————————————————————————————————————————————-



On this page the complete content can be found of the ‘Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe‘, published by ‘Werkgroep Paddenstoelen Kartering Drenrthe’. The printed version (2015) is sold-out and will not be printed again. Each chapter can be consulted and may be downloaded as PDF file for private use.
On this webversion the same copyright applies as for the printed version: No part of this book may be reproduced in any form by print, microfilm or any other means without written permission from the first author.
First author: Eef Arnolds; eefarnolds@gmail.com.

DEEL 1 INLEIDING

DEEL 2 GRASLANDEN, HEIDEN, MOERASSEN EN CULTUURLAND

DEEL 3 LOOF- EN NAALDBOSSEN

https://paddenstoelenwerkgroepdrent.files.wordpress.com/

Aankomende dinsdag geeft Christophe Brochard een lezing over de fascinerende wereld van de orchideeën. Hij zal vertellen over de vele Europese orchideeën en zijn zoektocht naar de zeldzaamste plant op aarde. Biologie, onderzoek, bestuiving en ecologie komen allemaal aan bod. Hier moet je bij zijn!

Orchideen Lezing Christoph Brochard LaarX HBO Natuur en Landschap

Had some fun with it and made a nice rat Snakes (genus Pantherophis) in the US map: https://bit.ly/2WTGc3t

Here’s an example using each approach:

“Compare” feature (doesn’t work with new tiles):

“Taxa map” feature (now also doesn’t work with new tiles)

i don’t think this is accurate. the color gradient heatmap still works (and is improved 2 since the new map tiles). the problem on the page noted in the original post is that it asks the map tiles to be generated in a single specific color, thereby losing the color gradient.

here’s a tile with default gradient colors:
http://api.inaturalist.org/v1/heatmap/3/2/3.png 5

here’s the same tile with a single color applied:
http://api.inaturalist.org/v1/heatmap/3/2/3.png?color=%23FF4500

https://forum.inaturalist.org/t/open-test-of-map-tile-improvements/7833/87
ust a heads up. it looks like code has been checked in that should solve this problem: https://github.com/inaturalist/inaturalist/commit/ec9f0dfeb7ea9b751a34050b32a6e2687eada724 1. it doesn’t look the change has actually been deployed to the masses yet, but maybe if you take a look in a week or so (?), the orange blur problem will be resolved…
The heatmap should be working again in production. Apologies for the mixup - some other recent changes to map styles affected this map. We should now be back to where we were a few weeks ago with the heatmap working with the newish styles (released with the grids change) https://www.inaturalist.org/observations/map#2/0/0 This is all I’m doing. But it is very cumbersome, and not really what I need. My ideal solution would be a heatmap of different layers (with each layer representing whatever species I select)
yes, now the Best Way is the map?taxa= method. I’ve taken to keeping a list of maps in a text file that I occasionally open to do some cleaning:

Acrida:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=321672,358062,211055,154223,119684,622618,154222 2
Actaea:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=49870,63062,119813,158004,133005,116343 1
Arisaema:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=50310,84261,639675,276487,509076,483983,471722,416184
Baccharis:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=84813,57913,545873,159127,155045,75729
Cichorieae:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=77940,75956,49328,121998,68553,53193,135226,128733
Cladonia:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=119778,54607,217093,460246,322661,125632
Clethra:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=160747,52867,430824
Clintonia: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=53794,76401,118725,51647 1
Cnidoscolus:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=160765,133074,81817,273715
Coptis: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=126251,160861,76436,160862,870898,702412,789253,745699
Crassulaceae:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=79023,55734,58102,78846,127597,208245
Crassulaceae:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=79023,79026,58886,55734
Diervilla: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=161898,67983,52758
Elephantopus:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=152133,119609,126570,162267 1
Eriocaulaceae: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=162557,169501,164402,69685,162556
Goodyera: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=62406,50719,62366,62407
Haemodoraceae:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=277340,204338,428252,416342,119345,118972
Leucothoe: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=127488,164664,77720
Lonicera: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=53416,58100,164765,117329,82664,126145 1
Maianthemum: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=67748,50247,565359,63939
Mangrove:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=62853,75723,60335
Nuphar:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=82504,204164,78234,204367,549989,355651,821332
Nymphaea: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=51119,78236,165750,62009,165754
Conopholis https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=59980,59983
Aphyllon https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=739040,802714,802543,809373,802494
Parthenium:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=83893,126424
Phyllodoce:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=52131,78560,166760,166759,126558,764711
Physocarpus:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=129048,57249,166852,78578,149008 1
Rubus:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=51646,62377,132855
Saururus https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=60742,452025
Scutellaria: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=127045,287004,79017,57122
Symphoricarpos: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=48523,169448,128838,53456,79292
Syngnathus: https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=146828,113583,179449,179451,118624,118625,117570,54538
Victoria:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=345545,179027
Wyethia:https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=56987,50798,56988,60843
y chance that the new map tiles could do multiple colors (once you get zoomed in enough?)
https://www.inaturalist.org/taxa/map?taxa=321672,358062,211055,154223,119684,622618,154222 2
is great on the “dot” maps, but not on tiles.
https://api.inaturalist.org/v1/docs/#/Observation_Tiles
iNaturalist’s tiles are a little bit uglier in most cases (in my opinion), but they can be set to any color using the color parameter. GBIF’s tiles look a little better (in my opinion), and the polygon tilesets in particular offer lots of options for formatting, though there are fewer color options available.

here are 4 quick examples of observation tilesets for Diloma concameratum (Wavy Top) that i pulled up in ArcGIS Online over a dark basemap (each snapshot is preceded by the tileset URL i used for that layer):

https://api.gbif.org/v2/map/occurrence/density/{level}/{col}/{row}@1x.png?srs=EPSG:3857&style=orange.marker&taxonKey=5797922 8
https://forum.inaturalist.org/t/looking-for-inaturalist-observation-map-visualisation-suggestions/7322/11

ok… i’ve been coding a bit, and i’m at a point of diminishing returns for further coding, i think. i didn’t get to the point of producing a mapping interface, but the code is here (https://github.com/jumear/stirfry/blob/gh-pages/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html 2), and hopefully it’s relatively easy to understand and tinker with. you’re welcome to adapt it as you please.

here are some examples of different custom maps i created using the UTFgrids:
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=1 8
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=2 1
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=3 2
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=4 1
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=5 2
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=6 2
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=7 1
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=8 1
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_custom_density_map.html?example=9 4

UPDATE:

one last contribution here: https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_density_map_for_Leaflet.html 2
(code: https://github.com/jumear/stirfry/blob/gh-pages/iNat_UTFgrid_based_density_map_for_Leaflet.html 1)

the previous examples were built in a static map viewer that i cobbled together. but this new example is built as an extension of Leaflet.js. so it might be easier to tinker with for those who are familiar with Leaflet.js, and this example is also easier for exploration since you can pan and zoom. the markers are also created a little differently here, in a way that is less resource intensive but is a little less flexible (tradeoffs).

ecause maps can be so variable, it would take a lot more code than i’m willing to do to create a proper front-end to allow people to really configure their own maps.

that said, the Leaflet-integrated version of the map does allow you to specify parameters in the URL that will filter down the results (just like you can in the iNaturalist Explore and Identify pages), and i just added the ability to pass in custom scale factors, too (which will allow you to customize scaling ranges).

for example, this gives you Rudbeckia amplexicaulis observations scaled from 0-5 observations per cell at 0 zoom, down to just 1 observation per cell at the highest zoom levels:
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_density_map_for_Leaflet.html?taxon_id=200073&scale_factor=5,4,3,2,2,1 4

or this will apply scaling for 0-5 observations per cell across all zoom levels:
https://jumear.github.io/stirfry/iNat_UTFgrid_based_density_map_for_Leaflet.html?taxon_id=200073&scale_factor=5 3

if you need advice on how to tinker with either of my examples, let me know what you’re trying to achieve.

they’re both just HTML files. so you can begin tinkering by doing the following:

click on the Github code link of the example that you’re interested in
just above the code on that page, there’s a Raw button. click that.
select and copy all the text.
open a code or plain text editor. (i just use Notepad in Windows.)
paste the code into the code/text editor, and then save the file as an .html file.
now find the newly saved file, and open it in your favorite internet browser just to make sure it’s working.
if the browser opened up the file okay, you can go back to your code/text editor and start editing. when you’re ready to see changes. just save the changes, and then reload the page in your browser.
i’ve been thinking about a 3rd version of this that could take filter parameters in a URL and generate a static map that might scale automatically, automatically set the map extent, and provide the option to generate a proper heatmap, based on parameters entered, but i probably won’t get to that any time soon.

Posted on January 23, 2021 13:05 by ahospers ahospers | 1 comment | Leave a comment

January 22, 2021

70. Hoe zit het nu met Voorvader Ontkenningen

https://www.inaturalist.org/blog/25514-clarifying-ancestor-disagreements

Wat is een Gemeenschap taxon ?

Every observation with at least one identification has what we call an Observation Taxon. This is the label shown at the top of the observation page and is the taxon that the observations is "filed under" on the tree of life.

The Community Taxon (also sometimes called the Community Identification) is a way to derive a single identification from multiple identifications provided by the community. If an observation has more than one identification, it will also have a Community Taxon. The Observation Taxon will match the Community Taxon unless: (a) the observer has opted out of the Community Taxon, (b) there is an identification of a finer taxon that hasn’t been disagreed with (more on disagreements shortly).

Identifications hang on nodes on the tree of life. An identification adds an agreement with that node and also all of that nodes ancestors back to the root of the taxonomy.



If two identifications are on different branches of the tree of life, they each count as an agreement for the branch they are on and a disagreement for every node on the other branch back to the common ancestor of the two branches.



Each node is scored with the cumulative number of Agreements (i.e. the identifications on it or its descendants), the total number of Disagreements (from identifications on other branches), and something called "Ancestor Disagreements" which we’ll describe shortly.

The Community Taxon is the finest ranked taxon with at least two agreements where the ratio of the number of agreements to the sum of agreements, disagreements, and ancestor disagreements is greater than ⅔.

In contrast, the Observation Taxon will always match the Community Taxon unless:

a) there is just a single identification, then the Observation Taxon will be defined by that identification

b) the observer opts out of the Community Taxon, then the Observation Taxon will be defined by the observers identification

c) there are no disagreements and there is an identifications of descendants of the Community Taxon, then the Observation Taxon will be defined by the finest such identification (because the community likes that a single non-controversial identification being able to ‘move the ball forward’)*

*if that finest identification is of infra-species rank (eg subspecies), the Observation Taxon won't roll forward to that rank from the Community Taxon if that identification was added later (because the community doesn't like what would be Research Grade observations at species rank being rolled forward to Needs ID observations at infra-species rank). However, if the Observation Taxon was initially set at infra-species rank from a single identification, a non-disagreeing identification of an ancestor won't roll the Observation Taxon back to the Community Taxon.

What are Ancestor Disagreements?

So what are Ancestor Disagreements? If one person adds an identification of one node and another person thinks it’s not that but can’t provide an alternative on another branch, they might add an identification of an ancestor of that node. For example, I might add an identification of Seven-spotted Lady Beetle, but you might add an identification of the family lady beetles, which contains that and many other species.



When the Community Taxon was first implemented, any identification made after previous finer identifications in time was implied to be a disagreement with these finer taxa. These ‘implicit ancestor disagreements’ are now labeled as such.



They only disagree with taxa associated with previous finer identifications. Also some bugs were fixed in how the Community ID charts on the observation page handle "implicit ancestor disagreements".

What are Explicit Disagreements?

Because of confusion about whether people were disagreeing or not, we later made ancestor disagreements "explicit". When an identification is made that is an ancestor of the Community Taxon (or the Observation Taxon if there’s only one identification), the identifier is now presented with a choice to indicate whether they are disagreeing with the Community Taxon or not.

If they are not disagreeing, their identification does not count as an ancestor disagreement for the taxon that was the Community Taxon.



And the identification is not labeled as a disagreement:



However, If they are disagreeing, their identification counts as an "explicit ancestor disagreement" with the Community Taxon.



And the identification is labeled accordingly:

Two ways to disagree...

When we implemented this, we thought that ancestor disagreeing should disagree with the entire branch below the disagreeing identification i.e. “I disagree that this is Seven-spotted Lady Beetle and all taxa on the branch between Seven-spotted Lady Beetle and the taxon I have proposed”. Let’s call this the “Branch Disagreement” way to disagree.

We’ve since come to realize that our communication about this was inconsistent and confusing, based on numerous discussions with community members in person and in the Forum. Furthermore, these discussions suggest the community interprets disagreeing as just with the Community Taxon i.e. “I disagree that this is Seven-spotted Lady Beetle but not the whole branch below the taxon I have proposed”. Let’s call this the “Leading Disagreement” way to disagree. We’ve also since realized from the Forum that Leading Disagreement is a more common and less controversial way to disagree than Branch Disagreement.

At the end of this post, we’ll discuss planned changes to improve things moving forward. But for now, let’s try to clarify our communication describing how things are currently behaving to all get on the same page.

Imagine the following sequence of identifications:

Branch Disagreement tallies disagreements as follows:

Which differs from how one would tally disagreements for the Leading Disagreement case:

Notice that this can impact how the Community Taxon is calculated. In this example, Branch Disagreement computes the Community Taxon as Lady Beetles Family:

While Leading Disagreement would compute it as Asian Lady Beetle:

The site is currently assuming Branch Disagreement as it calculates the Community Taxon. We tried to capture the language for the Potential Disagreement question to distinguish "not disagreeing" with "branch disagreeing" as:



To more precisely capture how the Community Taxon was being calculated this could have been worded something like:

Likewise, Ancestor disagreement identifications could have been more precisely labeled something like the following to reflect how the Community Taxon is being calculated.

Planned changes to distinguishing the two ways to disagree

While we hope the above description will help clear up much of the confusion with how iNaturalist is handling explicit ancestor disagreements, we’ve also learned that these two ways of disagreeing (branch and leading) are distinct and both useful. While "leading disagreement" is clearly the most commonly-used way to disagree, we still think that "branch disagreement" is useful, particularly in enabling the community to stop observations from becoming too finely identified beyond where the community can be certain.

We’re working on changes that would enable identifiers to indicate which way (leading or branch) they are disagreeing. The Potential Disagreement prompt will have three questions:



Here the first orange button would mean a "leading disagreement" and the second would mean a "branch disagreement".

Likewise, "leading disagreement" identifications will be decorated as:



and "branch disagreement" identifications will be decorated as:

Apologies for the length of this post, but we hope it clarifies some of the confusion about how the "ancestor disagreement" functionality is currently working and planned improvements to address concerns expressed in the forum.

https://www.inaturalist.org/blog/25514-clarifying-ancestor-disagreements

Prof. Mulder van TU Delft heeft een lezing gegeven over de Battolyser een innovatie op basis van een ruim 150 jaar oud principe van een ijzer-accu. Deze technologie heeft het in zich om aan zowel de korte als lange termijn energie-opslag en afgifte behoefte te voorzien.

https://www.tudelft.nl/en/technology-transfer/development-innovation/research-exhibition-projects/battolyser/

https://www.battolyserbv.com/2019/05/02/first-battolyser-for-electricity-storage-and-hydrogen-production-thanks-to-waddenfonds-in-groningen/

22 januari Energie transitie! Jazeker, maar hoe?

Prof.dr.ir. N.G. Deen
Power & Flow, Werktuigbouwkunde,
Technische Universiteit Eindhoven
https://www.ngm1780.nl/events/energie-transitie-jazeker-maar-hoe/
Energie transitie! Jazeker, maar hoe?

26 februari https://www.ngm1780.nl/events/electriciteitsdistributie/
“Klaar voor de toekomst”, de ontwikkeling van het hoogspanningsnet in Zeeland

Gert Aanhaanen, Peter Kwakman, Bart van Hulst
Afdeling netstrategie
TenneT TSO B.V.
https://www.ngm1780.nl/events/electriciteitsdistributie/
Klaar voor de toekomst, de ontwikkeling van het hoogspanningsnet in Zeeland

9 april Het energiesysteem van de toekomst in Zeeland

dr. Ir. A. Jongepier
energietransitie
Enduris, Goes
https://www.ngm1780.nl/events/electriciteit-in-zeeland/
Het energiesysteem van de toekomst in Zeeland

https://www.kng-groningen.nl/programma-lezingen/

iNaturalist-presentation-voice-chat-with-inat-staff

Posted on January 22, 2021 17:05 by ahospers ahospers | 0 comments | Leave a comment

January 17, 2021

69. Foto's en verslag van de BLWG lezingendag 2006

11 maart 2006, Natuurmuseum Brabant, Tilburg: tijdens deze dag was de

presentatie van de nieuwe Mosflora, die in de lunchpauze door de KNNV Uitgeverij zelf verkocht werd. Er waren ruim 130 aanwezigen. Bekijk de Powerpoint-presentaties van Heinjo During (historie
van mosflora's
), Henk Siebel (over
de nieuwe beknopte mosflora
),
Marieke Schouten (mossendistricten),

Kok van Herk (oorzaken
veranderingen van
korstmosflora op hunebedden
),
Laurens Sparrius (verspreidingsatlas en
verenigingsnieuws
).

(foto's: Laurens Sparrius)

https://www.inaturalist.org/blog/25514-clarifying-ancestor-disagreements Prof. Mulder van TU Delft heeft een lezing gegeven over de Battolyser een innovatie op basis van een ruim 150 jaar oud principe van een ijzer-accu. Deze technologie heeft het in zich om aan zowel de korte als lange termijn energie-opslag en afgifte behoefte te voorzien. https://www.tudelft.nl/en/technology-transfer/development-innovation/research-exhibition-projects/battolyser/ https://www.battolyserbv.com/2019/05/02/first-battolyser-for-electricity-storage-and-hydrogen-production-thanks-to-waddenfonds-in-groningen/

22 januari Energie transitie! Jazeker, maar hoe?

Prof.dr.ir. N.G. Deen Power & Flow, Werktuigbouwkunde, Technische Universiteit Eindhoven https://www.ngm1780.nl/events/energie-transitie-jazeker-maar-hoe/ Energie transitie! Jazeker, maar hoe?

26 februari https://www.ngm1780.nl/events/electriciteitsdistributie/ “Klaar voor de toekomst”, de ontwikkeling van het hoogspanningsnet in Zeeland

Gert Aanhaanen, Peter Kwakman, Bart van Hulst Afdeling netstrategie TenneT TSO B.V. https://www.ngm1780.nl/events/electriciteitsdistributie/ 'Klaar voor de toekomst', de ontwikkeling van het hoogspanningsnet in Zeeland

9 april Het energiesysteem van de toekomst in Zeeland

dr. Ir. A. Jongepier energietransitie Enduris, Goes https://www.ngm1780.nl/events/electriciteit-in-zeeland/ Het energiesysteem van de toekomst in Zeeland https://www.kng-groningen.nl/programma-lezingen/ iNaturalist-presentation-voice-chat-with-inat-staff https://register.gotowebinar.com/recording/recordingView?webinarKey=3843775413380897295&registrantEmail=axpprs%40gmai
Posted on January 17, 2021 00:18 by ahospers ahospers | 0 comments | Leave a comment